Evolutiemechanismen

Wat is de kern van Darwins evolutietheorie?

In de volksmond heeft ‘theorie’ en rare bijsmaak. Als men zegt “dat is maar theoretisch” of “ja, dat is de theorie, maar...”dan bedoelt men dat een theorie slechts een tijdelijke opwerping is waar je best niet te veel op vertrouwt. Tussen theorie en praktijk ligt dan een diepe kloof. De theorie is slechts een verhaaltje met beperkte houdbaarheid. Maar als wetenschappers het over een theorie hebben, bedoelen ze iets heel specifieks. Een theorie is voor hen een kader waarbinnen een verzameling van fundamentele uitgangspunten over de wereld (of een deel ervan) leidt naar een specifieke set

Wat is natuurlijke selectie?

Eén van de fundamenten van evolutie is natuurlijke selectie, m.a.w. een soort natuurlijke filter die inwerkt op organismen (planten, dieren, bacteriën, etc) en vooral dan in de kans tot het zich voortplanten van deze organismen. Deze filter zal er namelijk voor zorgen dat bepaalde organismen een hogere kans zullen hebben om zich voort te planten dan andere. Belangrijk is dat het hier dus niet gaat over zwart of wit (dus voortplanten of niet voortplanten), maar over tinten grijs (dus variatie in de kans dat een organisme zich zal kunnen voortplanten).   Natuurlijke selectie kan best begrepen

Evolutietheorie zou wiskundig onmogelijk zijn. Klopt dat?

Neen, dit klopt helemaal niet. Alle fysische wetten voldoen aan wiskundige principes, dus ook de fysische en biologische wetten die aan de basis liggen van evolutie, en dus ook de evolutietheorie. Dit argument dat de evolutietheorie wiskundig niet mogelijk zou zijn, slaat vooral op de verkeerde interpretatie of toepassing van kansberekening op de evolutietheorie.   Fig. 1: De kans dat er een vliegklare boeing zou ontstaan door het razen van een orkaan doorheen een schroothoop, is zeer klein maar niet nul. Evolutie werkt echter niet op die manier, maar door de geleidelijke weerhouding van

Wat is evolutionair opportunisme?

Opportunisme en evolutionaire dwang     T. H. Huxley, naar Darwin (Huxley 1900, 2:27)   Het principe van evolutionair opportunisme is nauw verwant met de evolutionaire theorie en met de effecten van eventualiteit (sommige auteurs verwijzen naar het concept van opportunisme als “het principe van continuïteit”) (Crick 1968). Afstamming met graduele aanpassing betekent dat nieuwe organismen enkel en alleen structuren kunnen gebruiken en modificeren die ze via hun voorouders hebben verkregen; ze zijn afhankelijk van hun geschiedenis. Nieuwe structuren en functies moeten gevormd worden uit

Welke aanwijzingen voor suboptimaal ontwerp kunnen we vinden in de natuur?

Dit is een post die het bewijs levert om mijn claim te verstevigen dat er een bewijs bestaat van jury-gemonteerd (suboptimaal) ontwerp in de natuur. Het eerste deel is van , de rest is verzameld via bijdragen van anderen. Ik heb gewoon zowat alle geposte teksten onder die van mij verzameld en ik heb de toelating niet de andere te posten. Maar, ik vermoed dat ze dit niet erg zullen vinden (want dan zouden ze het niet gepost hebben in de eerste plaats). In ieder geval, ik wil iedereen die een bijdrage leverde aan deze bijna Meritt-achtige gargantuaanse post bedanken. (Loren Petrich, Matt Wiener

Wat is seksuele selectie?

De theorie van seksuele selectie beschrijft niet de strijd om overleving, maar wel de strijd om voortplanting. Voor organismen die zich seksueel voortplanten, is het evolutionair gezien niet alleen belangrijk om te overleven; ze moeten ook minstens één lid van de andere sekse zien te overtuigen om seks met hen te hebben, anders sterven ze uit. Sommige individuen hebben, door hun specifieke eigenschappen, meer succes bij de andere sekse dan andere. De indrukwekkende staart van de pauwhaan is daar een goed voorbeeld van: pauwhennen hebben een voorkeur voor mannetjes met een grote staart. Het

Wat is een mechanisme?

Onder mechanismen versta ik hier factoren die algemeen causaal aan de basis liggen van de biologische evolutie. Het gaat hier dus niet in de eerste plaats om het beschrijven van de concrete evolutiegeschiedenis van de levende materie over meer dan circa 3,8 miljard jaar, voornamelijk steunend op feitelijke fossiele getuigenissen, de vergelijkende anatomie, embryologie en genetica van recente vormen. Die concrete geschiedenis van de evolutie van soorten is trouwens maar beperkt retraceerbaar omdat heel veel data hiervan ontbreken: het mererndeel der afgestorven organismen fossiliseert niet, van

Wat is biologische evolutie?

Onder biologische evolutie versta ik doorheen de tijd (1a) stijging van de complexiteit van bouwplannen van organismen (bijvoorbeeld in de geologische tijd opeenvolgende bouwplannen – mét overgangsvormen in de fossiele evidentie – van de bouwplannen van vissen, amphibieën, kruipdieren, vogels en zoogdieren), (1b) desgevallend een gedeeltelijke vereenvoudiging van het bouwplan (zoals vele parasieten) met zeer sterke toename van specialisaties met betrekking tot het kunnen leven in fysiologisch speciale omstandigheden, (2) resulterend in een toename van de adaptatie-survival in welbepaalde

Welke processen balanceren evolutie?

Evolutie kan bekeken worden als een optelsom van twee biologische processen, namelijk speciatie of het ontstaan van soorten en extinctie of het uitsterven van soorten. Over het algemeen is deze optelsom positief. We zeggen dat het aantal soorten toeneemt. Toch was op sommige momenten in onze aardgeschiedenis de balans overduidelijk negatief. Een voorbeeld hiervan zijn massa-extincties. Speciatie kan bestudeerd worden door levende organismen te onderzoeken, maar om extincties te documenteren dienen we terug te gaan in de tijd en dus de geschiedenis van het leven op aarde te bestuderen.

Hoe snel verloopt evolutie?

Het feit dat we evolutie niet direct kunnen waarnemen geeft weer dat het proces traag verloopt in vergelijking met de duur van een mensenleven. Maar hoe traag juist? Dit is een vraag die moeilijk te beantwoorden valt. Het leven op aarde is immers zo divers dat er geen getal op de snelheid van evolutie geplakt kan worden. Probeer bijvoorbeeld maar een getal uit te denken voor de verwachte snelheid van evolutie bij een bacterie die 2 dagen leeft en vergelijk deze met de snelheid die je zou verwachten bij een tijger. De tijdseenheid waarop evolutie werkt is de generatie. Dit is de gemiddelde tijd