Woordenboek

A (32) | B (10) | C (10) | D (8) | E (8) | F (6) | G (4) | H (5) | I (2) | J (1) | K (3) | L (2) | M (13) | N (4) | O (6) | P (5) | R (1) | S (15) | T (6) | U (3) | V (6) | W (6) | X (3) | Y (1) | Z (4)

Omnivoor

Alleseter (i.e., een dier dat zowel plantaardig als dierlijk materiaal eet). Voorbeeld: varken, mens

Onderbroken evenwicht

Engels: Punctuated equilibrium. Evolutiebiologisch concept afkomstig uit de paleontologie dat berust op de zienswijze dat evolutie in sommige gevallen schoksgewijs verloopt: lange(re) perioden van stabiliteit wisselen zich dan af met korte(re) perioden van snelle evolutionaire veranderingen. Dit evolutiemodel contrasteert met het fyletisch gradualisme dat stelt dat evolutionaire veranderingen langzaam en geleidelijk verlopen. Beide modellen sluiten elkaar niet uit: evolutie kan in bepaalde gevallen schoksgewijs en in andere gevallen gradueel verlopen. Meer informatie: Punctuated equilibria

Ongeslachtelijke voortplanting

Een vorm van voortplanting waarbij slects één ouder is die meestal genetisch identieke nakomelingen produceert. Ongeslachtelijke voortplanting doet zich voor zonder bevruchting of genetische recombinatie, en komt voor door processen als enten, het splitsen van een cel, of het afbreken van een organisme in één of meer nieuwe individuen.

Ontbrekende schakel

Engels: Missing link. De term is in de negentiende eeuw geïntroduceerd voor nog onbekende levensvormen die, evolutionair gezien, liggen tussen oudere en nieuwere vormen die wel bekend zijn. Ze vertonen kenmerken van zowel de oudere als de nieuwere levensvormen. Tegenwoordig gebruiken wetenschappers liever de uitdrukking overgangsvorm; de term ‘missing link’ of ‘ontbrekende schakel’ behoort thans tot de woordenschat van de populaire cultuur. De reden is dat evolutie meestal geleidelijk verloopt en dat er dan geen sprake is van één enkele (of een paar) ‘schakels’, maar dat het er talloze zijn

Organische chemie

Synoniem: Koolstofchemie Chemie van de organische verbindingen – dat zijn chemische verbindingen waarvan de molecule ten minste één koolstofatoom (C) bevat. Voorbeelden zijn: suikers, vetten, oliën, eiwitten, ureum. De naam ‘organische verbinding’ stamt uit de tijd dat men dacht dat deze verbindingen alleen door levende organismen gemaakt kunnen worden. Men veronderstelde toen dat er een diepe, fundamentele en onoverbrugbare kloof bestond tussen de anorganische (‘dode’) en de ‘organische’ of levende natuur. Deze opvatting, waarop ook het vitalisme was gefundeerd, viel in duigen toen Friedrich

Overgangsfossiel

Een specifiek fossiel of groep gelijkaardige fossielen die een of meer gelijkaardige soorten, genera of families representeren die een oudere groep organismen verbinden met een jongere groep. Vaak bevatten dergelijke fossielen een combinatie van oudere, ancestrale kenmerken met kenmerken van meer recente soorten. Zo zijn er een reeks overgansfossielen gevonden die aantonen hoe de hedendaagse volledig aan het water aangepaste walvissen afstamden van volledig aan het land aangepaste soorten.