UGent

Wat bracht anatomische observatie bij tot de evolutietheorie?

Auteur: http://evolution.berkeley.edu/

VERGELIJKENDE ANATOMIE: ANDREAS VESALIUS
Bij het krieken van de 16e eeuw konden Europese geleerden slechts een beperkt inzicht verkrijgen in de menselijke en dierlijke anatomie. In het weinige aantal universiteiten zoals Bologna of Parijs waar studenten onderricht werden in de geneeskunde, doceerden professoren uit de antieke boeken van de Romeinse geneesheer Galenus. Die Galenus had de filosofische werken van Aristoteles en andere Grieken gecombineerd met zijn eigen levenswerk, bestaande uit dissecties op lijken. Zo creëerde hij een systeem dat niet alleen de structuur van het menselijk lichaam verklaarde maar ook de manier waarop dat lichaam functioneerde.
Na de val van het Romeinse Rijk leefde de erfenis van Galenus voort in Arabische steden zoals Bagdad, waar zijn geschriften werden vertaald, aandachtig bestudeerd en aangevuld met interpretaties en eigen commentaren. Vanaf de 12e eeuw begonnen de Europeanen Galenus terug te vertalen uit het Arabisch en riepen zijn werk uit tot de basis van de medische opleiding.
 
HET MENSELIJK LICHAAM BESTUDEREN
Een jonge Vlaamse anatoom bracht in dit alles verandering wanneer hij zich realiseerde dat Galenus dramatisch verkeerd was. Andreas Vesalius (1514-1564) (Fig. 1) begon zijn carrière als een verdediger van het 'Galenisme' aan de Universiteit van Parijs. Maar wanneer hij de overstap maakte naar de Universiteit van Padua begon hij voor zichzelf lichamen te dissecteren om zo zijn studenten de fijnere details van de anatomie te kunnen tonen. Tevens maakte hij tekeningen die zijn studenten moesten bestuderen. De uitmuntende kwaliteit van deze tekeningen maakte Galenus zelfs zo beroemd dat de rechter van het strafhof in Padua hem verzekerde van een constante aanvoer van lijken van opgehangen misdadigers.

Fig. 1: Vesalius
Naarmate hij meer en meer vertrouwd raakte met het menselijk lichaam, begon het Vesalius op te vallen dat Galenus' theorie op verschillende punten afweek van de realiteit. Zo is bijvoorbeeld het menselijk borstbeen opgebouwd uit 3 segmenten in plaats van 7 zoals Galenus verkeerdelijk poneerde (Fig. 2). Daarnaast stelde Galenus dat de humerus (het bovenste armbeen) het langste been in het menselijk lichaam is na het femur of dijbeen. Vesalius zag echter dat het tibia of scheenbeen en het fibula of kuitbeen de humerus naar de 4e plek verdringen. Gedurende de eeuwen daarvoor weken anatomen soms wel eens op kleine details af van Galenus, maar Vesalius begon te vermoeden dat er iets fundamenteler fout was met diens theorie. Vesalius verruimde zijn onderzoek met de dissectie van dieren en met het nog nauwkeuriger bestuderen van de geschriften van Galenus. De oorzaak van de fouten begon hem te dagen: Galenus had nooit dissecties uitgevoerd op mensen. De Romeinse tradities lieten zo'n praktijken niet toe en daarom moest Galenus zich behelpen met dissecties van dieren en het onderzoeken van patiënten tijdens operaties. Galanus beschreef dus vaak runderen of Berbermakaken in plaats van mensen.

Fig. 2: Vesalius ontdekte dat het menselijk borstbeen bestaat uit 3 segmenten en niet uit 7, zoals Galenus dacht.
 
EEN UITDAGING VOOR HET GALENISME
Op 25-jarige leeftijd lanceerde Vesalius een frontale aanval op Galenus. Tijdens zijn lezingen in Padua en daarna in Bologna stelde hij de skeletten van mensen en Berbermakaken op en toonde hij aan de verzamelde studenten hoe fout Galenus wel was. Daarna vatte Vesalius het plan op om een nieuw anatomieboek te schrijven dat al zijn ontdekkingen zou bundelen. Gedurende de vier jaar nadien werkte Vesalius samen met de bekwaamste houtsnijders van Venetië en de beste tekenaars uit het atelier van Tiziano Vecelli. Hij noemde zijn boek "De humani corporis fabrica libri septem" of "De zeven boeken over de structuur van het menselijk lichaam", ook wel bekend als de 'Fabrica'. In zijn meesterwerk uit 1543 werden mannen en vrouwen afgebeeld wiens huid gevild was (Fig. 3). Skeletten leunden lui tegen zuilen in het golvende Italiaanse platteland (rechter afbeelding).

Fig. 3: illustratie uit de Fabrica
 
MENSEN ZIJN NIET ZO UNIEK
De Fabrica lanceerde in Europa een nieuwe traditie in de anatomie, waarbij anatomen alleen nog hun eigen observaties vertrouwden en het menselijk lichaam gingen exploreren als een nieuw continent. Vesalius' ontdekking van de belangrijke verschillen tussen soorten plaveide de weg voor de studie van de wetenschap van de vergelijkende anatomie, waarbij wetenschappers dieren gingen bestuderen om hun gelijkenissen en verschillen te ontdekken. Na verloop van tijd begonnen deze wetenschappers meer en meer te erkennen dat mensen slechts een diersoort zijn tussen andere diersoorten, met weliswaar een aantal unieke kenmerken maar met ook veel kenmerken die zij gemeenschappelijk hebben met andere dieren. Zo'n 300 jaar nadat Vesalius voor het eerst het blinde geloof in Galenus ondergroef, gebruikte Darwin de grote hoeveelheid aan anatomische kennis om zijn eigen evolutietheorie op te baseren.
Over deze tekst
Deze tekst werd met toestemming van de copyright-houders vertaald uit de volgende website: http://evolution.berkeley.edu/evolibrary/article/0_0_0/history_03. Voor meer informatie over de auteurs en deze website, kunt u de link volgen.
 


Vertaler: Emmanuel Der Deyn