UGent

Evolutie in de klas

Auteur: Johan Braeckman

Vorige week nam ik deel aan een studienamiddag over evolutie en religie, in een Gents atheneum. Wie denkt dat het thema ondertussen achterhaald is, omdat de jeugd van tegenwoordig geen problemen meer ervaart met de wetenschappelijke visie op het leven op aarde, moet ik helaas ontgoochelen. De leerkracht zedenleer die de namiddag organiseerde, bracht verslag uit van een bijzonder interessant experiment dat ze had uitgevoerd. Ze had drie keer over evolutietheorie gepraat, voor drie verschillende groepen leerlingen. Voor de eerste groep stelde ze zich autoritair op: “Het is zo en niet anders, discussiëren heeft geen zin”. De tweede groep kreeg een meer gematigde versie te horen: “Dit is hoe de wetenschap het ziet. Haar visie is correct, maar je hebt het recht om jouw mening te ventileren”. Aan de derde groep tenslotte legde ze evolutie uit op een niet opdringerige manier. “De wetenschap ziet het zo, dit zijn de argumenten, maar we kunnen er rustig over van mening verschillen”. Na iedere les werden de leerlingen ondervraagd door een andere leerkracht. Wat vonden ze van de stijl van de juf? Voelden de leerlingen zich aangesproken? Vonden ze de leerstof interessant? Hadden ze iets bijgeleerd? Hoe stonden ze nu tegenover Charles Darwin en zijn evolutietheorie? De resultaten waren hoogst interessant. De eerste groep reageerde op alle vragen eerder negatief, soms ronduit vijandig. Vooral de moslims verwierpen zowel de stijl als de inhoud van de les. Ze ventileerden reeds tijdens de les en bij de ondervragende leerkracht meerdere clichés, vooroordelen en misverstanden over evolutie en wetenschap, van “het kan niet dat wij van de apen afstammen” tot “ik vind dit allemaal saai en dikke zever”. Ze voelden zich buitenspel gezet en niet gerespecteerd. De tweede groep reageerde reeds opmerkelijk verschillend. De inhoud van de les riep nog steeds weerstand op, maar ze stonden er meer voor open en apprecieerden de aanpak van de juf. Maar het was pas bij de derde groep dat er enige pedagogische vooruitgang was. De leerlingen konden hun mening geven, de juf liet hen rustig praten en luisterde oprecht. Het resultaat was dat ze open stonden voor wat de leerkracht hen vertelde. Ook al ging het duidelijk in tegen hun diepste overtuigingen over de schepping en de herkomst van de mens, en botste het met hun zelfbeeld en hun identiteit, ze hadden zich tenminste niet meteen teruggetrokken in hun loopgracht.
Supporteren voor de verkeerde club
Of de leerlingen die evolutie verwerpen hun opvattingen erover bijstellen ten gevolge van de zachte aanpak van de juf, weet ik niet. Maar het lijkt de enige methode te zijn die geen weerstand oproept. Wie de leerlingen bruuskeert, is er duidelijk aan voor de
moeite. Het stemt me tot gematigd optimisme dat ze in elk geval bereikbaar zijn, ook over een onderwerp waarover ze reeds van jongs af aan te horen krijgen dat ze zich er moeten voor afsluiten.
De Gentse imam Brahim Laytouss bracht op de studienamiddag de juiste boodschap: moslims moeten zich niet afschermen van wetenschappelijke inzichten, ook al bevallen die hen niet. Ze moeten ze onderzoeken, en, al zei hij dit niet in exact dezelfde woorden, hun religieuze opvattingen aanpassen aan wetenschappelijke feiten. Het lijkt voor de meesten onder ons wellicht evident, maar voor moslimjongeren is het dat duidelijk niet. Velen onder hen beschouwen evolutie, ook zonder er veel van af te weten, als iets wat tot “het andere kamp” behoort, iets wat je niet kan aanvaarden als je niet wil dat je peergroup je als een overloper bestempelt. Evolutie is als een sjaal van de voetbalploeg waar je niet voor supportert. Een echte fan valt nog liever dood dan een sjaal te dragen die foute kleuren heeft.
Geen onderwijs à la tête du client
In een van de filmpjes van de juf vroeg een leerling, zelf geen moslim, zich tijdens de klasdiscussie af waarom moslims per se iets over evolutie moeten leren? De teneur van zijn opmerking kwam erop neer dat ze zich er eerder door gekwetst voelen, er toch niet voor open staan en dat men hen er bijgevolg beter geen les over geeft. Het is ongetwijfeld goedbedoeld, maar het zou desastreus zijn mocht men die opvatting volgen. Nog meer nefast is het postmodernistische standpunt, dat alternatieve visies als evenwaardig wil presenteren aan de wetenschappelijke inzichten. Het gaat me er niet enkel om dat men dan in wezen om het even wat mag onderwijzen en het aanbod kan aanpassen aan de tenenlengte en wensen van de toehoorders, wat op zich al bedenkelijk is. Maar het belangrijkste punt is dat jongeren recht hebben op de beste kennis die we hen kunnen bieden. Wat betreft de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid is dat tot nader order de wetenschappelijke kennis en niet de informatie die we in millennia-oude mythologieën denken te vinden.