UGent

Berkenspanner in ere hersteld

Auteur: L.M. Cook et al., Biology Letters doi:10.1098/rsbl.2011.1136

De berkenspanner, ook wel bekend als de peper-en-zoutvlinder (Biston betularia) is een schoolvoorbeeld van natuurlijke selectie - de vlinder is bijvoorbeeld een deel van de naamstrook van deze website. De evolutionaire geschiedenis is genoegzaam bekend: In deze oorspronkelijk witte, gespikkelde vlindersoort ontwikkelde zich in de loop van de 19de eeuw een donkere variant, de Biston betularia carbonaria. Door de luchtvervuiling tijdens de industriƫle revolutie was deze aanvankelijk zeldzame variant succesvol, omdat hij minder opviel op de door roet donker gekleurde berkenschorsen. Toen strengere normen voor roetvervuiling van kracht werden in de jaren 1970 werden de boomschorsen weer lichter, en verspreidde de bleke variant zich weer meer.
Welk bewijs is er voor dit evolutionaire scenario? In het midden van de 20ste eeuw toonden experimenten van Kettlewell aan dat vogels de vlinders wel degelijk opaten, en dat vogels minder geneigd waren exemplaren te eten die minder opvielen tegen de achtergrond. Deze experimenten werden echter bekritiseerd. Zo had men bijvoorbeeld kritiek op het feit dat men vaak dode vlinders vastpinde op de schors, een onnatuurlijke situatie. Er werd gesuggereerd dat de dieren niet met gespreide, maar met gesloten vleugels rusten (en dat ziet er bij zowel de donkere als de bleke varianten hetzelfde uit). Bovendien zouden niet vogels, maar vleermuizen (die vooral op het gehoor jagen) de voornaamste predatoren van de berkenspanners zijn. Door deze golven van kritiek begon men te twijfelen aan de evolutionaire verklaring. Deze twijfels waren koren op de molen van anti-evolutionaire denkers zoals creationisten: als de veranderingen in kleur van de peper-en-zoutvlinder, het schoolvoorbeeld van natuurlijke selectie, niet werden veroorzaakt door natuurlijke selectie, zag het er niet goed uit.
In respons op deze methodologische kritiek startte Michael Majerus een groot experiment waarbij hij meer dan 4000 berkenspanners uitzette in een tuin in Cambridgeshire, UK, met grote netten die beletten dat de vlinders konden wegvliegen uit de tuin. Hij had zowel donkere als lichte exemplaren uitgezet. Significant meer donkere exemplaren verdwenen (werden opgegeten) dan lichte, zoals te zien is op de grafiek. Daarnaast observeerde hij wilde berkenspanners; uit die observaties bleek dat de vlinders wel degelijk op boomstammen rusten met gespreide vleugels. Deze twee observaties samen suggereren sterk dat er inderdaad recent een selectie is tegen de donkere variant, en dat deze wordt gedreven door de predatie door vogels.

overlevenden

Majerus stierf voor hij deze observaties kon publiceren, maar een team biologen heeft zijn observaties postuum gepubliceerd in Biology Letters.