UGent

Mensen uit donkere omgevingen hebben grotere hersenen en ogen

Auteur: Eiluned Pearce en Robin Dunbar, Biol. Lett. doi: 10.1098/rsbl.2011.057

De intensiteit en lengte van de hoeveelheid licht die de Aarde bereikt heeft een invloed op de grootte van de ogen en hersenen bij vogels en primaten. Zoals op de foto te zien is, hebben nachtvogels en nachtprimaten vaak zeer grote oogballen, die hen in staat stellen ook kleine hoeveelheden licht op te vangen.

grote ogen
Eiluned Pearce en Robin Dunbar toonden aan dat dit patroon ook geldt voor de mens. Mensen die in omgevingen leven met minder licht hebben kleinere oogballen vergeleken met mensen die in lichtere omgevingen leven. De auteurs vonden een sterke correlatie tussen de gemiddelde grootte van de oogbal en de klimaatgordel: groepen in noordelijke omgevingen hadden grotere ogen dan die in zuiderse landen. De grootte van hersengebieden die instaan voor de verwerking van visuele informatie correleren ook met lichtintensiteit, wat kan verklaren waarom mensen in koudere (en dus vaak ook donkere) omgevingen een grotere herseninhoud hebben in vergelijking met mensen in warmere omgevingen. Desalniettemin bleek er geen verschil te zijn in de nauwkeurigheid van visuele perceptie tussen mensen in warme of koude omgevingen: onder hun natuurlijke omgevingsomstandigheden blijken mensen uit gebieden met weinig licht even goed te zien als mensen uit gebieden met veel licht. Natuurlijke selectie moet dus meer materiaal steken in hersenen en ogen bij mensen die leven in een donkere omgeving om hetzelfde niveau van gezicht te krijgen als mensen in een klaardere omgeving.