UGent

DNA-analyse van vingerbeentje brengt nieuwe uitgestorven menselijke soort aan het licht

Auteur: Johannes Krause et al.

De stamboom van de hominiden (mensachtige soorten) wordt met de dag interessanter: wetenschappers gebruiken vandaag niet enkel uiterlijke verschillen tussen fossiel materiaal, maar ook analyse van oud mitochondriaal DNA om relaties tussen verschillende uitgestorven hominide soorten te bestuderen. Eerdere analyses van het mtDNA van neanderthalers en anatomisch moderne Homo sapiens brachten veel interessante ontdekkingen aan het licht: zo zouden wij ca. 500 000 jaar geleden een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad met de neanderthaler, en zou er nadien geen vermenging meer plaats hebben gevonden tussen Homo sapiens en neanderthalers.
In 2008 groeven Russische archeologen een menselijk vingerbeentje op in Siberië van ca. 40 000 jaar oud. Zij namen aanvankelijk aan dat het om een fossiel van een neanderthaler ging. Een analyse van het mtDNA gaf echter een onverwacht resultaat: het beentje was afkomstig van een individu dat noch een Homo sapiens noch een Homo neanderthalensis is. De auteurs, Johannes Krause en collega's, berichten in Nature dat het individu ongeveer één miljoen jaar geleden afgesplitst was van de menselijke stamboom. Deze nieuwe soort is daarom vermoedelijk een afstammeling van Homo erectus, een soort die ontstond in Afrika, en die reeds ca. 2 miljoen jaar geleden Afrika verliet (zoals te zien is in Homo erectus fossielen in Georgië en Zuidoost-Azië).
De betrekkelijk recente datering van het vingerbeentje, ca. 40 000 jaar geleden, doet vermoeden dat er tijdens de laatste IJstijd verscheidene hominide soorten bestonden: Homo sapiens, Homo neanderthalensis (die rond 28 000 jaar geleden uitstierf), Homo floresiensis (een zeer kleine hominide soort die werd gevonden in het Indonesische eiland Flores), en nu misschien ook nog een late afstammeling van Homo erectus.
Onze soort is nu de enige nog levende soort binnen het genus Homo, maar deze situatie is niet kenmerkend voor de menselijke evolutie. Onze evolutionaire geschiedenis lijkt immers op een struikvorm, met vele vertakkingen en doodlopende paden. Uiteraard is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies aan de hand van slechts één fossiel. Verdere opgravingen zijn noodzakelijk, net als fossiel DNA onderzoek.