UGent

Darwin's sacred cause

Race, Slavery and the Quest for Human Origins

Was het nu puur uit nieuwsgierigheid dat Darwin de biodiversiteit bestudeerde? Werd hij enkel gedreven door het verlangen om de wetmatigheden van de natuur bloot te leggen? Nee, betogen de Britse historici Adrian Desmond en James Moore in hun nieuwste boek Darwin's Sacred Cause. Race, Slavery and the Quest for Human Origins, de grondlegger van de evolutietheorie werd gedreven door emoties. Ja, wetenschappelijke interesse speelde voor hem ook een grote rol, maar zijn diepste drijfveer was morele verontwaardiging: Darwin voelde een diepe afkeer voor slavernij. Zijn evolutionaire theorieën over de menselijke soort stonden in dienst van zijn humanistische idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Darwin hoopte daarmee de religieuze en wetenschappelijke betogen waarmee zijn tijdgenoten slavernij en andere mensonwaardige misstanden goedpraatten te kunnen weerleggen.
 
Beschrijving door Ludo Hellemans, bioloog/cultuurwetenschapper Maastricht University


Auteur: Adrian Desmond & James Moore
Over de auteur: 

Adrian Desmond studeerde aan London University en Harvard. Hij is gespecialiseerd in de paleontologie van de gewervelde dieren, de evolutie en de geschiedenis van de wetenschap. Hij is als Honorary Fellow verbonden aan de faculteit biologie van University College London. Desmond heeft vele boeken op zijn naam staan en zijn werk is regelmatig bekroond.
James Moore studeerde onder andere theologie en geschiedenis. Hij bestudeert al dertig jaar het leven en werk van Darwin, en heeft daar al veel over gepubliceerd. Hij is verbonden geweest aan Harvard en Cambridge University. Thans doceert hij aan de Open University.


Eerst verschenen: 2009
Uitgegeven door: Allan Lane
Bespreking: 

Darwins drijfveer
Was het nu puur uit nieuwsgierigheid dat Darwin de biodiversiteit bestudeerde? Werd hij enkel gedreven door het verlangen om de wetmatigheden van de natuur bloot te leggen? Nee, betogen de Britse historici Adrian Desmond en James Moore in hun nieuwste boek Darwin's Sacred Cause. Race, Slavery and the Quest for Human Origins, de grondlegger van de evolutietheorie werd gedreven door emoties. Ja, wetenschappelijke interesse speelde voor hem ook een grote rol, maar zijn diepste drijfveer was morele verontwaardiging: Darwin voelde een diepe afkeer voor slavernij. Zijn evolutionaire theorieën over de menselijke soort stonden in dienst van zijn humanistische idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Darwin hoopte daarmee de religieuze en wetenschappelijke betogen waarmee zijn tijdgenoten slavernij en andere mensonwaardige misstanden goedpraatten te kunnen weerleggen.
 
Desmond en Moore hebben naam gemaakt met hun Darwin-biografie uit 1991 (die vorig jaar ook in Nederlandse vertaling is uitgekomen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam – Darwin. De biografie). Daarin schetsten ze een beeld van een man die zich gedwongen voelde om zijn gevoelens van weerzin op te kroppen wanneer gerespecteerde medeburgers (waaronder bevriende gentlemen en natuuronderzoekers) slavernij en racisme verdedigden door naar bijbel en geloof te verwijzen (Gods scheppingsplan), óf naar de wetenschap (rassenkunde, frenologie, craniometrie en dergelijke). Als Darwin bij zulke gelegenheden niet zijn kaken op elkaar had geklemd, zou hij zich onmogelijk hebben gemaakt in zijn eigen kringen. Mogelijk waren al die opgekropte emoties zelfs de oorzaak van zijn mysterieuze chronische maag- en darmkwaal, opperden Desmond en Morris.
 
In hun nieuwe boek, Darwin's Sacred Cause, komen ze met een totaal andere lezing: Darwins woede werd omgezet in wetenschappelijke productiviteit. Hij zette alles op alles om zijn evolutietheorie zo goed mogelijk aan de man te brengen. De publicatie van On the Origin of Species in 1859 – nu precies anderhalve eeuw geleden – was een eerste mijlpaal. In dat boek heeft Darwin zijn evolutietheorie uiteengezet; de evolutie van de mens bracht hij daar echter niet (of nauwelijks) ter sprake. Toch was van aanvang aan zijn evolutionaire mensvisie zijn hoofddoel, betogen Desmond en Moore, want daarmee wilde hij op wetenschappelijke manier bewijzen dat alle mensen in evolutiebiologisch opzicht gelijk zijn. Vanaf het moment dat hij begon te werken aan de evolutietheorie, vrijwel meteen na zijn terugkeer van de wereldreis met de Beagle, verloor hij geen moment zijn mens-theorie uit het oog. Deze had immers de potentie om de religieuze en antropologische argumenten te ontkrachten waarmee slavernij en racisme werden gerechtvaardigd – iets wat Darwin zich terdege bewust was. Met de publicatie in 1871 van The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex had Darwin de opgave die hij zich had gesteld, eindelijk volbracht. Volgens Desmond en Moore beschouwde Darwin dit boek, waarin hij de menselijke soort bespreekt, als zijn belangrijkste werk.
 
Humanisme en evolutie
Het abolitionisme was zowel Charles Darwin als zijn vrouw Emma Wedgwood met de paplepel ingegoten. Geld inzamelen, pamfletten colporteren, bijeenkomsten van gelijkgezinden, ontmoetingen met voormalige slaven... het hoorde allemaal tot hun opvoeding. Deze bestond in vele opzichten uit een mix van seculier en christelijk humanisme. Verschillende vrouwen in de families Darwin en Wedgwood hingen het unitarisme aan, een dissidente christelijke stroming die niet alleen afkerig was van slavernij, maar die ook iedere vorm van staatsgodsdienst afwees en niets wilde weten van het dogma van de drievuldigheid en van de goddelijke status van Jezus. De mannen daarentegen neigden meer tot een seculiere levensbeschouwing: Darwins grootvaders noemden zich deïsten; zijn vader en zijn oudere broer waren uitgesproken atheïsten. Tijdens de reis met de Beagle heeft Darwin de brute realiteit van slavernij en koloniale uitbuiting met eigen ogen kunnen zien. Toen hij door de pampa's van Zuid-Amerika trok, werden daar systematisch indianen uitgeroeid om land vrij te maken voor de veestapels van de toestromende kolonisten. Toen de Beagle Australië aandeed, werden op Flinders Island de laatste Tasmaanse aboriginals uitgeroeid, nota bene onder het mom van kerstening. In Kaapstad nam een oude studievriend uit Edinburgh hem mee naar een museum en toonde hem het naakte, opgezette lijk van een zwarte vrouw, een zogenoemde ‘Hottentot-Venus’ met kenmerkend sterk ontwikkelde schaamlippen en billen.
 
Negers, indianen, Australische aboriginals, Chinezen – in de ogen van de meeste van Darwins tijdgenoten hadden de gekleurde mensenrassen weinig of geen verwantschap met het blanke ras. Men beschouwde ze dan als aparte schepsels van God, of als aparte biologische soorten. Tal van intellectuelen, de abolitionisten voorop, waren echter een andere mening toegedaan. Zij vonden dat religie en wetenschap misbruikt werden om slavernij en racisme, en het daarop stoelende koloniale systeem, te sanctioneren. Darwins evolutionaire mensvisie ging uit van de gedachte dat de mensheid één enkele biologische soort vertegenwoordigt. In zijn visie zijn mensenrassen geen aparte soorten maar biologische varianten – deels het gevolg van de geografische verspreiding van de menselijke soort, deels veroorzaakt door het spel van seksuele selectie. Desmond en Moore gaan in Darwin's Sacred Cause vooral in op de ontstaans- en publicatiegeschiedenis van Darwins boek over de mens, The Descent of Man and Selection in Relation to Sex. Terecht, want dit boek is, meer nog dan On the Origin of Species, Darwins levenswerk. Zij werpen ook fascinerend nieuw licht op Darwins gedachten en gevoelens. Enigszins jammer is het dat de auteurs het doek laten vallen in 1871, de publicatie van dit mensboek. Dat is eigenlijk veel te vroeg; de lezer blijft in het ongewisse over de vraag wat er nadien is gebeurd. De Amerikaanse burgeroorlog had weliswaar al voor het verschijnen van The Descent of Man een eind gemaakt aan grootschalige slavernij, maar zeker niet aan racisme, uitbuiting of antisemitisme. Welke rol heeft Darwins mensvisie gespeeld in de eerste helft van de twintigste eeuw, toen er een golf van rassenhaat door Europa ging? Hopelijk klimmen Desmond en Moore binnenkort opnieuw in de pen om ons hierover te informeren...
 
Ludo Hellemans
Een kortere versie van deze bespreking verscheen in Bionieuws 19/11 (13 juni 2009)


Bespreking door: Ludo Hellemans, bioloog/cultuurwetenschapper Maastricht University