UGent

geen seksuele voortplanting bij tuinierende mieren

Auteur: Himler et al.

Seksuele voortplanting is zeer wijdverbreid bij meercellige organismen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen als de paardenbloem, maar het merendeel van de planten en dieren plant zich voort door genetisch materiaal uit te wisselen met een partner. Daardoor wordt het genetisch materiaal gemixt. Dit mixen heeft twee voordelen. Ten eerste hebben slechte mutaties minder effect op de drager (als je twee kopieën hebt van een gen, waarvan één defect is, kan dat worden gecompenseerd door het andere, intacte gen). Ten tweede zijn nieuwe genetische mixen beter in staat parasieten en ziektekiemen te weren.

mier

Toch berichten Himler et al. een compleet aseksueel voortplantende soort mieren, Mycocepurus smithi. De werksters zijn, zoals altijd bij mieren, steriel, maar de koninging plant zich volledig aseksueel voort: er zijn geen mannetjes in deze soort. Zij 'tuinieren' een schimmelsoort, die zich eveneens aseksueel voortplant. De auteurs speculeren dat de nadelen van aseksuele voortplanting, zeker wat betreft ziektebestendigheid, worden gecompenseerd doordat de mieren regelmatig een nieuwe soort schimmel exploiteren, waardoor de ziektekiemen weinig vat kunnen krijgen op telkens weer veranderende combinaties van deze soorten. Er zijn bovendien wel een aantal voordelen aan aseksuele voortplanting: het verhoogt het aantal nakomelingen, en het vermijdt de kost van het zoeken naar een partner.