UGent

Over voortplanting

Aristoteles is de grondlegger van de biologie. Gedreven door een ongebreidelde belangstelling, een scherp waarnemingsvermogen en een onverzadelijke drang tot ordenen en verklaren, organiseerde hij een grootschalig onderzoeksproject dat tot doel had de dieren- en plantenwereld in al haar verscheidenheid in kaart te brengen en begrijpelijk te maken. De resultaten van dit project vonden hun neerslag in verscheidene geschriften, zoals Over dieren (waarin de mens overigens een prominente plaats inneemt) en Over voortplanting.
 
Het gaat Aristoteles om meer dan een louter empirisch observeren van de verschijnselen. Hij is op zoek naar regelmaat en systematiek, naar kenmerken die dieren en diersoorten gemeen hebben en op grond waarvan ze in groepen kunnen worden ingedeeld.
 
Over voortplanting is het vierde deel in de grote serie Aristoteles in Nederlandse vertaling. In dit boek is een van de wezenstrekken van Aristoteles' filosofie concreet te volgen. Dat is de noodzakelijke ontwikkeling van mogelijkheid tot verwezenlijking, van vorm tot materie, van eikel tot eik. Aristoteles' precieze waarnemingen en beschrijvingen hebben van zijn biologische werken een monument in de geschiedenis van de wetenschap gemaakt.


Auteur: Aristoteles
Over de auteur: 

Aristoteles (Stageira, 384 v.Chr. - Chalkis, 322 v.Chr.) was een Grieks filosoof en wordt met Socrates en Plato beschouwd als een van de invloedrijkste klassieke filosofen in de westerse traditie. Hij was lid van Plato's filosofische Akademeia en diens invloed is dan ook permanent aanwezig in Aristoteles' werk.


Eerst verschenen: 2005
Uitgegeven door: Historische Uitgeverij
Bespreking: 

SCHERPE BLIK EN WIJFELDEN GEEST
reproductiebiologie avant la lettre
Iedereen kent Aristoteles wel als filosoof, een van die grote Oude Grieken, geboren zowat 23 eeuwen geleden. Hij was een leerling van Plato en huisdocent van Alexander de Grote. Maar naast filosoof was hij ook logicus, historicus, natuurkundige, meteoroloog, psycholoog en niet in het minst ook bioloog. In zoverre al die disciplines toen al bestonden natuurlijk. Het was allemaal filosofie, één grote poging om de wereld te begrijpen.
Hij werd 2389 jaar geleden geboren in Noord-Griekenland. Hij studeerde bij Plato aan diens Academie. Hij werd persoonlijke leermeester van Alexander, die later De Grote zou worden. Hij groeide zelf uit tot een van de grote filosofen aller tijden en schreef werken over logica, ethica, biologie en fysica die tot de dag van vandaag bestudeerd en becommentarieerd worden. Zeven daarvan zijn vertaald in het Nederlands, waaronder Over dieren, De eerste filosofie en Retorica.
 
Over voortplanting is een van Aristoteles’ biologische hoofdwerken en werd prachtig vertaald en zorgvuldig uitgegeven, inclusief leeslintje. Het is een exploratietocht aan de hand van een bioloog die nog geen spermacel gezien heeft, laat staan eierstokken of geslachtshormonen. Daarom betreedt je met dit boek een nieuwe wereld. Beeld je in hoe de wereld er moet uitgezien hebben zonder enige kennis van cellen of genen. Aristoteles staat aan de grenzen van het waarnemingsvermogen en klaagt erover dat zoveel zaken te klein zijn om te zien. Want hij wilde zijn theorieën zoveel mogelijk op eigen nuchtere observatie baseren, desnoods op observaties van anderen zoals boeren of jagers of vroedvrouwen. Maar er werd veel beweerd dat vooral gefantaseerd was. Men zag met een magisch perspectief naar de dingen waardoor de vreemdste verhalen de ronde deden, zoals dat van wezels die via de mond baarden. Het toont aan hoe feilbaar en onbetrouwbaar ons waarnemingsvermogen is en hoe snel we ons door de natuur in de luren laten leggen.
 
Aristoteles probeert kritisch te blijven en weerlegt regelmatig theorieën van collega’s en voorgangers. Maar hij ontsnapt niet aan het systeem dat alles denkt als een samenstelling van de vier elementen (water, vuur, aarde, lucht) en een spel tussen dualiteiten van warm-koud, vochtig-droog of zacht-hard. Het klinkt wonderlijk, maar zo zag hij de wereld: bloed bestaat uit de 4 elementen, de spijsvertering is een stoven van voedsel, dierlijk zaad is een reststof, bij mannetjes van gestoofd voedsel, bij vrouwtjes van menstruatievocht. (Want die zijn kouder dan mannetjes en hebben dus een te lage stooftemperatuur.) Het mannelijk zaad beitelt een baby uit het vrouwelijke menstruatiebloed, de groeiende foetus groeit dankzij toevoer van nieuw bloed, wat verklaart dat er geen menstruatie meer is tijdens zwangerschap.
 
Het zijn rare verhalen, maar zeer fascinerend. Op hun manier zijn ze zelfs boeiender dan veel hedendaagse fictie. Want het is geen fictieve wereld waarin die verhalen zich afspelen, het is dezelfde als waarin wij nu rondlopen. En toch zag die er heel anders uit.
 
Aristoteles wist toen ook niet dat het nog eeuwen zou duren voor men verband zou zien tussen de paring en de geboorte. Er verliep teveel tijd tussen het een en het ander terwijl ook niet elke paring tot een zwangerschap leidt. Menstruatiebloed was een mysterieuze factor in het geheel. Men dacht verkeerdelijk dat het een teken was van vruchtbaarheid. Voortplanting was gewoon een van de vele onbegrepen natuurverschijnselen, omkleed met mythes en verhalen.
 
Aristoteles’ biologische en filosofische inzichten bleven tot een flink eind in de 17de eeuw in West Europa gezaghebbend. Maar toen begonnen de wetenschappers met vernieuwd enthousiasme en krachtigere instrumenten te kijken en te meten. Een na een zouden de beweringen van Aristoteles sneuvelen op de werkbank van de wetenschap. Van Leeuwenhoek zag de eerste spermazoïeden onder zijn microscoop en zag er minuscule mensjes in. Maar het zou nog tot de negentiende eeuw duren voor eicel en spermacel allebei op hun biologische waarde werden geschat. Enig zicht op de vruchtbaarheidscyclus zou pas komen rond 1930.
 
Het is ontroerend om te zien hoe Aristoteles op zoek naar datzelfde inzicht hartstochtelijk theorieën in elkaar knutselt in een poging om van al die waarnemingen en bedenkingen een coherent geheel te maken. Levende wezens zijn vorm en materie, in de voortplanting leveren de vrouwtjes de materie waaruit het mannelijke beginsel de vorm schept, zoals een timmerman uit een aantal stukken hout een bed maakt. Het is ook interessant om te zien hoe weinig gevoel Aristoteles en de zijnen hadden voor statistiek. Dat is een manier van kijken naar de wereld die pas veel later zou ontstaan. Hij durfde nog vaststellen dat meer vrouwtjes geboren worden bij noordenwind of aan het einde van de maand terwijl een eenvoudige steekproef die hypothese toch snel zou verwerpen.
 
Tegelijkertijd noopt dit ook tot nederigheid. Betrouwbare kennis is iets wat je met veel vallen en opstaan vergaart. Het is nog niet zo lang geleden dat ook hier nog verteld werd dat masturberen je ruggenmerg aantast. En dat is misschien nog wel het meest verbazingwekkende: de onvermoeibare inzet van Aristoteles om met beperkte middelen te blijven proberen de complexiteit van de wereld te doorgronden. Die nieuwsgierigheid is de motor van de wetenschap.


Bespreking door: Geerdt Magiels