UGent

Toespraak ter gelegenheid lancering website door Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming

Auteur: Frank Vandenbroucke

Toespraak van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke
12 februari 2009
Dames en heren,

In de zomer van 2007 woedde in het Vlaams Parlement een discussie over een boek dat verspreid werd in onze scholen en ook elders in Europa. Het ging om The atlas of creation, uitgegeven door een Turkse uitgever. Het ontstaan van de aarde, planten, dieren en de mens zou te danken zijn aan de scheppingsdaad van een schepper. Het boek gaat helemaal voorbij aan de overweldigende hoeveelheid wetenschappelijke bewijzen voor de evolutietheorie. Meer zelfs: het stelt de grondslagen van wetenschappelijk onderzoek zelf in vraag. En dat is echt verontrustend.

Op vragen in het Vlaams Parlement heb ik toen laten nagaan of creationisme aan bod komt in onze scholen tijdens de lessen godsdienst. Dit blijkt niet zo te zijn. Noch de leerplannen rooms-katholieke godsdienst, noch de leerplannen islamitische godsdienst blijken een verwijzing te bevatten naar het creationisme.

Vooral in de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk is het ideeëngoed van het creationisme en intelligent design vandaag opvallend aanwezig. Maar ook bij ons kent het pseudowetenschappelijke denken verspreiding, wat ongetwijfeld voor een deel te maken heeft met vooroordelen en misverstanden over wetenschap in het algemeen en de evolutieleer in het bijzonder.

Hoewel de evolutietheorie 150 jaar oud is, bestaat nog veel discussie over de werkelijke en vermeende gevolgen voor ideologie, politiek en geloof. Sommige jongeren lopen bijvoorbeeld hoog op met het ideeëngoed van het creationisme en intelligent design. Daarom is het belangrijk om erop te wijzen dat evolutietheorie, zoals alle wetenschappelijke kennis, over de feitelijke werkelijkheid gaat, en niet over waarden, normen of zingeving. Maar even belangrijk is het inzicht dat religie geen wetenschap is, en dus op zich geen uitspraken kan doen over de feitelijke aard van de werkelijkheid. Kennis van de moderne evolutietheorie is dus essentieel om inzicht te krijgen in de kennis van alle levenswetenschappen, zoals de genetica, anatomie, geneeskunde en ecologie.

Want de evolutietheorie, de wetenschap dat primaten onze verre neven zijn, helpt bijvoorbeeld de geneeskunde vooruit. Primaten hadden nog geen Alzheimer. In dit museum komen Alzheimeronderzoekers primatenhersenen bestuderen om nieuwe therapieën te ontwikkelen voor deze ziekte. En het inzicht groeit dat sommige ziekten ontstaan zijn als aanpassing aan bepaalde situaties. Zo zou diabetes ontstaan zijn om de ijstijden te overleven: suiker als een natuurlijk antivriesmiddel dat door verschillende levende soorten gebruikt wordt om de kou te weerstaan. Ook in andere academische domeinen dan de geneeskunde bestudeert men vandaag waar het darwinisme verklaringen – en eventueel oplossingen – kan bieden, bv. in de sterrenkunde, de psychologie en de psycholinguïstiek .

Een elementaire kennis van de evolutietheorie hoort dus tot de wetenschappelijke geletterdheid van elke burger. Tot de bagage om te slagen in tal van studies. Om tal van jobs te kunnen uitoefenen.

De evolutietheorie moet dan ook een belangrijk item zijn in het onderwijs. Het is via de eindtermen van de derde graad biologie stevig verankerd in ons algemeen secundair onderwijs. Voor het beroeps-, kunst- en technisch geven de huidige eindtermen geen absolute garantie dat evolutieleer hier aan bod komt. Maar in de meeste scholen wordt er wel aandacht aan gegeven, bv. in de lessen Project Algemene Vakken en wetenschappen.

Zopas heb ik de eindtermen natuurwetenschappen van de eerste graad secundair onderwijs laten actualiseren. Tijdens de volgende regeerperiode worden de eindtermen van de tweede en derde graad aangepast. Ik hoop en verwacht dat de evolutietheorie vanaf dat ogenblik in de eindtermen van alle onderwijsvormen een plaats krijgt.

Verder steun ik het project Wetenschapscommunicatie & Evolutietheorie van de UGent onder leiding van professor Johan Braeckman met een budget van 200.000 euro. Samen met de educatieve dienst van het museum heeft professor Braeckman hier vorige zomer een tweedaagse zomercursus ‘Evolutie in de klas’ georganiseerd voor leraren van het secundair onderwijs (wetenschappen, levensbeschouwelijke vakken, maatschappijleer...).

Ik mag u ook aankondigen dat hij net klaar is met een website (www.evolutietheorie.be), die vandaag wordt opgestart. De website maakt veel wetenschappelijke artikels over evolutie beschikbaar voor een ruim publiek, onder meer door vertalingen in het Nederlands. Heel interessant voor leerlingen uit het secundair en het hoger onderwijs en voor alle geïnteresseerde burgers. Ook voor kinderen is er een link die o.a. zeer toegankelijke tekenfilmpjes bevat over het recht van de sterkste, natuurlijke selectie,... Vanzelfsprekend zal de komende jaren het informatieve aanbod op de website verder toenemen.

De website en de zomercursus zijn ook een mooi staaltje van samenwerking tussen het federale en het Vlaamse niveau. De universiteit van Gent krijgt steun van de Vlaamse Gemeenschap. En ze maakt samen met de adviseurs van het federale Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen een website over de evolutietheorie. Of een zomercursus voor leraren. Dit was tien jaar geleden moeilijk denkbaar.

Aan professor Braeckman en ieder die eraan heeft meegewerkt, mijn felicitaties voor de website en voor de nieuwe interactieve tentoonstelling van het museum, de Galerij van de Evolutie. Beide zullen ongetwijfeld bijdragen tot de wetenschappelijke geletterdheid van alle jongeren en alle burgers. Ik roep dan ook elke leerkracht wetenschappen in elke studierichting van het secundair onderwijs op om deze tentoonstelling met zijn of haar leerlingen te bezoeken. En om dit bezoek te kaderen in een ruimere context van wetenschappelijk denken en het belang daarvan voor onze samenleving.

Ik dank u.