UGent

Denken evolutionaire psychologen dat alles een adaptatie is?

Auteur: Ed Hagen - Institute for Theoretical Biology, Humboldt-Universität zu Berlin

Evolutionaire adaptatie is een speciaal en lastig concept dat niet onnodig gebruikt mag worden. Een functie mag niet een functie genoemd worden tenzij het duidelijk geproduceerd is door opzet en niet door kans. Wanneer de adaptatie erkent is, mag deze niet toegeschreven worden aan een hoger niveau dan waarvoor het bewijs geleverd werd. - George C. Williams, openingszinnen van Adaptation and Natural Selection, 1966.
 
Nee. Vanuit een adaptionistisch perspectief, zijn er vier types van fenomenen: adaptaties, bijproducten van adaptaties, defecten van adaptaties en ‘noise’ (dit laatste kan verfijnd worden, hoewel ik dat hier niet zal doen). Elk van deze drie eerste fenomenen zijn het onderwerp van aanzienlijke onderzoeken in de evolutionaire psychologie. Martin Daly en Margo Wilson verklaren doodslag bijvoorbeeld door middel van bijproduct hypotheses (A. De Gruyter, 1988), een verklaring die al meer dan 450 keer geciteerd is volgens ISI. Daly en Wilson zijn zeer gerespecteerde onderzoekers in de evolutionaire psychologie. Ze worden beschouwd als pionier onderzoekers in het domein en zijn momenteel editors van Evolution and Human Behavior, het voornaamste tijdschrift in zake evolutionaire psychologie. In Homicide argumenteren Daly en Wilson dat veel volwassen homicides bijproducten zijn van het streven naar status bij mannen. Ze ontdekken ook dat stiefouders de enige grootste risico factoren zijn voor kindermisbruik en infanticide. Ze stellen NIET dat infanticide een adaptatie is van stiefouders. Ze redeneren eerder dat de hoge mate van misbruik en infanticide een bijproduct zijn van een gebrek aan ouderlijke bezorgdheid. Ouder zijn vraagt een hoge mate van zorg en aandacht, maar de set van ouderzorg adaptaties falen in de volledige activering van stiefouders, doordat deze niet verwant zijn met de nakomelingen. De resulterende letsels en doden zijn bijproducten van een RELATIEVE graad van verminderde inspanning, en zijn niet de gevolgen van adaptief gedrag.
 
Simon Baron-Cohen is een invloedrijke onderzoeker die autisme bestudeert vanuit een evolutionair psychologisch perspectief (een snelle zoektocht op een database van een psychologische onderzoekstijdschrift leverde meer dan 100 artikels op die door hem zijn geschreven). Verre van het argument dat autisme een adaptatie zou zijn, redeneert Baron-Cohen dat autisme het resultaat is van een malfunctie van de ‘theory-of-mind’ module, een psychologische adaptatie, die mensen toelaat de mentale toestand van anderen te detecteren. Deze theorie is zeer invloedrijk geweest en heeft een significante hoeveelheid onderzoek gestimuleerd. Gelijkaardige benaderingen worden toegepast op schizofrenie door, onder andere, Christopher en Uta Frith.
 
Het is waar dat vele functionele hypotheses zijn opgesteld voor een verscheidenheid aan psychologische fenomenen en het is ook waar dat het merendeel van deze hypotheses waarschijnlijk fout zijn. Hoe dan ook, in elk onderzoeksveld zullen hypotheses theorieën steeds in aantal overtreffen en evolutionaire psychologen zijn niet minder discriminerend dan andere wetenschappers. Wat voor fysici een nieuw partikel is, voor entomologen een nieuw insect taxon, is voor evolutionaire psychologen de identificatie van een nieuwe psychologische adaptatie. Het succesvol identificeren van een nieuwe psychologische adaptatie zal de reputatie van een onderzoeker aanzienlijk verhogen. Dat is waarom zoveel functionele hypotheses worden voorgesteld. Volgens hetzelfde principe, zullen andere onderzoekers niet snel nieuwe hypotheses aanvaarden – een wankel idee accepteren doet de reputatie dalen. Net zoals fysici beweringen van nieuwe partikels aan een nauwkeurig onderzoek onderwerpen, zullen evolutionaire psychologen beweringen van een nieuwe adaptatie streng beoordelen (dit heb ik aan den lijve ondervonden). Naar mijn ervaring is kritiek van evolutionaire psychologen snediger dan van onderzoekers die minder ervaring met het vak hebben. Dit is niet verassend, maar is misschien nieuws voor critici van evolutionaire psychologie.

Deze tekst werd vertaald met toestemming van de auteur. De oorspronkelijke Engelse versie is te vinden op http://www.anth.ucsb.edu/projects/human/epfaq/evpsychfaq_full.html


Vertaler: Janne Swaegers
Zie ook