UGent

Is evolutionaire psychologie een andere vorm van genetisch determinisme?

Auteur: Ed Hagen - Institute for Theoretical Biology, Humboldt-Universität zu Berlin

Ja en nee. Zeker niet als verwezen wordt naar gedragsgenetica. Alle organismen, de mens inbegrepen, kunnen voorgesteld worden als een geïntegreerde set van functionele delen. Hart, longen, ogen, bloed, beenderen, spieren, aders, nieren, lever, huid, ingewanden, geslachtsdelen en het immuunsysteem voeren allen specifieke functies uit. Moderne geneeskunde is gebaseerd op deze functionele visie van het lichaam. In het taalgebruik van de evolutionaire biologie worden deze functionele delen adaptaties genoemd. Adaptaties ontstaan door een proces van evolutie door natuurlijke selectie. Evolutionaire psychologie stelt dat natuurlijke selectie op dezelfde manier inwerkt op het zenuwweefsel (of, als je wil, op de genen die coderen voor het zenuwweefsel) als op een ander type van weefsel. Daarom moet het brein op dezelfde manier georganiseerd zijn als de rest van het lichaam: als een geïntegreerde set van op elkaar inwerkende adaptaties. In feite is er geen fundamenteel verschil tussen fysiologische adaptaties en psychologische adaptaties. Hoewel het proces waarbij genetische informatie de ontwikkeling van lichamelijke functies dirigeert, nog steeds onduidelijk is, zijn er genoeg empirische en theoretische redenen om te geloven dat er genen bestaan voor armen, benen, longen enz. Omdat alle mensen (zeldzame uitzonderingen buiten beschouwing genomen) armen, benen, longen enz. bezitten, welke op dezelfde manier gebouwd zijn en dezelfde kenmerken hebben, kunnen we aannemen dat we allen dezelfde essentiële genen bezitten voor deze ledematen en organen. De universele architectuur van ons lichaam is in die zin genetisch gedetermineerd. Omdat, volgens deze redenering, psychologische adaptaties zoals gezichtsvermogen en pijn niet verschillend zijn van andere adaptaties, zijn zij ook genetisch gedetermineerde menselijke algemeenheden.
 
Hoe dan ook, dit wordt meestal niet bedoeld met ‘genetisch gedetermineerd’. Vaak stellen onderzoekers een genetische basis voor criminaliteit, alcoholisme, anti-sociaal gedrag, schizofrenie, hartziekte enz. Met andere woorden, er wordt een genetische basis gepostuleerd voor individuele *verschillen*, niet gelijkenissen. In het algemeen houdt evolutionaire psychologie zich niet bezig met deze individuele genetische verschillen. Van genetische verschillen tussen individuen is geweten dat ze redelijk onbeduidend zijn tegenover onze genetische gemeenschappelijkheden. Zoals meer in detail wordt uitgelegd in de volgende sectie, moet de genetische basis voor de functionele organisatie van onze lichamen en breinen gemeenschappelijk zijn tussen alle mensen. Op dezelfde manier dat psychologen willen weten hoe het lichaam werkt, willen evolutionaire psychologen weten hoe het brein werkt. Hoewel er zonder twijfel kleine verschillen zijn in hart-morfologie die een genetische basis hebben, zijn alle harten op dezelfde manier gebouwd en functioneren ze op exact dezelfde manier. Analoog zullen alle psychologische adaptaties, moesten ze bestaan, op dezelfde manier gebouwd zijn en zullen ze op dezelfde manier functioneren in alle individuen, hoewel er ongetwijfeld kleine verschillen zullen zijn, te wijten aan onderliggende genetische verschillen.

Deze tekst werd vertaald met toestemming van de auteur. De oorspronkelijke Engelse versie is te vinden op http://www.anth.ucsb.edu/projects/human/epfaq/evpsychfaq_full.html


Vertaler: Janne Swaegers
Zie ook