UGent

Wat is intelligent ontwerp (Intelligent Design)?

Auteur: Johan Braeckman - Vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschap, Universiteit Gent

Intelligent Ontwerp: wetenschappelijk steriel, filosofisch futiel

Intelligent Design, in het Nederlands Intelligent Ontwerp, is een geloofsovertuiging die wortelt in de eeuwenoude natuurtheologische traditie. De natuurtheologie gaat terug tot het werk van Plato, Aristoteles, de middeleeuwse kerkvaders en talrijke auteurs die in de loop van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw het ontwerpsargument telkens weer herhaalden. Vaak schreven ze ook hele passages letterlijk van elkaar over, zonder bronvermelding. In de hedendaagse literatuur verwijst men vaak naar het boek Natural Theology van William Paley, voor het eerst gepubliceerd in 1802 en nog steeds in druk (in de Oxford World’s Classics reeks). Reeds in de eerste regels van zijn boek brengt Paley het basisargument van de natuurtheologie naar voren. Veronderstel, zo schrijft hij, dat we tijdens een wandeling een kei aantreffen. Als we de kei nader bestuderen, stellen we vast dat deze geen duidelijke functionaliteit bezit. De vorm die hij heeft is meer dan waarschijnlijk door strikt natuurlijke krachten ontstaan. Maar stel dat we tijdens diezelfde wandeling ook een horloge vinden, dan is het meteen duidelijk dat hiervoor een volstrekt andere verklaring nodig is. Ook als je helemaal niet weet wat een horloge is, zie je meteen dat het naar alle waarschijnlijkheid functioneel is. De radertjes, wijzers en andere onderdelen zijn niet door louter natuurlijke krachten op dergelijke manier met elkaar verbonden. Wie aan ‘omgekeerd ingenieursdenken’ doet, kan het horloge ontleden en achterhalen waar het voor dient. Men zal, aldus Paley, tot de conclusie komen dat het horloge is ontworpen om de tijd aan te duiden. Met andere woorden: anders dan de kei, kan het horloge een bepaald doel realiseren, en alle onderdelen werken hiertoe samen. Hoe groot is de kans dat zoiets vanzelfs, dat wil zeggen door strikt natuurlijke krachten, ontstaat? Die kans is zo goed als nihil, redeneert Paley. Het is alsof je alle onderdelen van het horloge in een doos stopt en vervolgens schudt met de doos tot de onderdelen samenvallen en een werkend horloge vormen. Strikt genomen is dit niet onmogelijk, maar het is uiteraard buitengewoon onwaarschijnlijk. De conclusie is onontkoombaar. Iets of iemand heeft het horloge bedacht, ontworpen, geconstrueerd. Paley heeft hier uiteraard gelijk. Met name de horlogemaker is verantwoordelijk voor het ontwerp en het bestaan van het horloge. Een alternatief, even plausibel en aanvaardbaar antwoord op de vraag hoe het horloge is ontstaan, is ondenkbaar. Vervolgens maakt Paley een analogie. Als we accepteren dat het horloge een horlogemaker veronderstelt, ja, het bestaan ervan zelfs zo goed als bewijst, moeten we dan ook niet aanvaarden dat het bestaan van pakweg het menselijk oog een oog-maker aantoont? Een oog is zeer complex en uitermate functioneel. Net zoals het horloge kan het daarom niet, aldus Paley, door blinde natuurkrachten zijn ontstaan. Het enige alternatief is een intelligente ontwerper, die het oog bedacht, ontwierp, construeerde. Hetzelfde geldt voor mijn kniegewricht, mijn nieren, mijn longen, mijn brein, enzovoort. Wie er een beetje over nadenkt, vervolgt Paley, begrijpt al gauw dat de redenering opgaat voor miljoenen, zelfs honderden miljoenen structuren in de natuur.
De redenering van Paley was voor nagenoeg al zijn lezers, en voor de meesten - maar niet voor iedereen - die zich vertrouwd maakten met de logica van de argumentatie, zeer overtuigend. Ze was dat reeds eeuwen lang. Velen hadden ze voor Paley al even uitvoerig uiteengezet. De hierboven beschreven passage over de kei en het horloge bijvoorbeeld, vinden we nagenoeg letterlijk terug in Het Recht Gebruik der Wereltbeschouwing van Bernard Nieuwentyt, een lijvig boek dat voor het eerst vroeg in de achttiende eeuw werd gepubliceerd in Amsterdam. Nieuwentyts boek, net als dat van Paley en van andere beroemde natuurtheologen zoals William Derham en John Ray, is één lange poging om het bestaan van god af te leiden uit de talloze natuurlijke structuren die wijzen op intelligent ontwerp.
Een centraal onderdeel van de natuurtheologische, of intelligent ontwerp-redenering is dat men de werking van natuurlijke krachten identificeert met ‘het toeval’. Als iets tot stand is gekomen zonder vooraf bepaald doel, zonder dat het als het ware ‘van boven af’ is bedacht, dan is het, aldus Paley & co., toevallig ontstaan. Deze redenering strookt met de menselijke intuïtieve psychologie. Het is immers niet eenvoudig om te begrijpen dat functionele, adaptieve structuren kunnen ontstaan door toedoen van blindwerkende krachten; dat wat er uitziet als intelligent ontworpen, met een doel voor ogen, in werkelijkheid een soort schijnontwerp is, ontwikkeld zonder dat het de bedoeling was. Aantonen hoe dit in zijn werk gaat, waarbij wat er uitziet als ‘van bovenaf’ ontworpen in werkelijkheid is ontstaan zonder dat er bewust, intelligent ontwerp aan te pas kwam, is de grootste verdienste van de negentiende-eeuwse bioloog Charles Darwin.

Darwin en selectie

Er bestaan talloze complexe, functionele structuren in de natuur die er uitzien alsof ze zijn ontworpen, aldus Darwin, maar in werkelijkheid kwam er geen ontwerp aan te pas. Die structuren zijn het resultaat van natuurlijke of seksuele selectie, de door Darwin ontdekte en zeer diepgaand geanalyseerde mechanismen die noch gelijk te schakelen zijn met intelligent ontwerp, noch met het toeval. Darwinistische selectie is een derde, alternatieve mogelijkheid om het bestaan van functionaliteit in de natuur te verklaren. Iedereen die vertrouwd is met de geschiedenis van de evolutionaire biologie weet dat Darwins kerninzicht, het bestaan van selectie en de aard van de werking ervan, buitengewoon succesvol is. Selectie is centraal bij zowel het verklaren van adaptaties – dat wil zeggen functionele eigenschappen van organismen – als bij het het proces van de evolutie van soorten op zich.
Dat betekent niet dat momenteel reeds een volledige consensus bestaat over alle aspecten ervan. Selectie is een mechanisme dat er op het eerste zicht zeer eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid erg lastig te doorgronden is. Er kan nog veel wetenschappelijk onderzoek gebeuren over de snelheid van selectie; over de verhouding tussen natuurlijke en seksuele selectie; over het niveau waarop selectie inwerkt (genen? organismen? populaties? soorten?); over de toepassingsmogelijkheden van selectie in de cultuur- en gedragswetenschappen, enzovoort. In zijn boek Darwins Gevaarlijke Idee schreef de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett het volgende: “Als ik een onderscheiding moest geven voor het beste denkbeeld dat iemand ooit heeft gehad, dan zou ik die aan Darwin geven en niet aan Newton, Einstein of iemand anders. In één klap verenigt het denkbeeld van evolutie door natuurlijke selectie het rijk van leven, zin en doel met het rijk van ruimte en tijd, oorzaak en gevolg, mechanisme en natuurwet. Maar het is niet alleen maar een prachtig wetenschappelijk denkbeeld. Het is een gevaarlijk denkbeeld.” (Contact, 1995, 2006, pag. 8). De stelling die ik in het vervolg van dit artikel ontwikkel, houdt in dat de moderne versie van de natuurtheologie, de geloofsovertuiging die men Intelligent Ontwerp noemt, haar maatschappelijk succes te danken heeft aan de mogelijke filosofische implicaties van darwinistische selectie waar Dennett het over heeft, en niet aan intrinsiek wetenschappelijke factoren.
Vanuit wetenschappelijk oogpunt is Intelligent Ontwerp volkomen steriel. Dit standpunt is niet ongenuanceerd, het is een strikt empirische vaststelling. Er is nog geen enkel zinvol onderzoeksproject vanuit Intelligent Ontwerp-kringen naar voren gebracht. Er is nog geen enkel betekenisvol wetenschappelijk resultaat gepubliceerd. Er is nog geen enkel experiment uitgevoerd. Er is nog geen enkele testbare hypothese voorgelegd. Er is geen enkel aanknopingspunt met om het even welke wetenschappelijke discipline, theorie, wetmatigheden, of feiten. Intelligent Ontwerp, kortom, is een pseudo-wetenschap, of misschien beter, een geloofsovertuiging die inspeelt op al dan niet reële filosofische, morele en politieke aspecten van Darwins kerninzichten, maar met de wetenschappelijke geldigheid ervan niets te maken heeft. Het is dan ook niet meer dan normaal dat rechter John E. Jones III aan het einde van het belangrijke proces Kitzmiller versus Dover Area School District, in Dover, Pennsylvania, V.S. (december 2005) oordeelde dat het onderwijzen van Intelligent Design in de lessen biologie van het openbaar onderwijs ongrondwettelijk is. Intelligent Design, aldus rechter Jones, is in strijd met de scheiding tussen kerk en staat. Het is een geloofsovertuiging, geen wetenschappelijke theorie, die zich niet kan loskoppelen van haar religieuze, specifiek creationistische voorgangers. Men kan zich uiteraard de vraag stellen waarop een ander, voor Intelligent Ontwerp meer positief oordeel, gebaseerd zou zijn. Het begrip Intelligent Ontwerp ontstond net om te vermijden dat men het creationisme als een religieuze doctrine zou beschouwen. Na het beroemde ‘apenproces’ in Dayton, Tennessee (1925) duurde het tot de jaren zestig voor men in de Verenigde Staten wettelijk toeliet dat openbare scholen evolutietheorie onderwezen, naast het creationisme. Hierbij moet ik opmerken dat het ene creationisme het andere niet is. Zo nemen de ‘young earth creationisten’ de bijbel heel erg letterlijk. Ze zijn ervan overtuigd dat de aarde ongeveer zesduizend jaar oud is, dat Adam en Eva echt bestonden, dat de zondvloed zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, enzovoort. Daarnaast heb je de ‘gap creationists’ die van mening zijn dat de aarde al zeer oud is, maar dat de bijbel toch, mits de juiste interpretatie, een accuraat beeld geeft van de schepping, van het ontstaan van het leven, de mens, de natuur, enzovoort. De verschillende dagen waarop god voor de schepping zorgde, bijvoorbeeld, moeten we metaforisch interpreteren. Eén dag in Genesis betekent in feite vele miljoenen jaren. Daarnaast bestaan andere creationistische stromingen, die andere accenten leggen, maar ze delen allen het geloof in de bijbel als een soort wetenschappelijk handboek, ook al kunnen de interpretaties ervan verschillend zijn.
Het probleem nu voor de creationistische gemeenschap in de Verenigde Staten is dat tengevolge van enkele processen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw het uiteindelijk onwettelijk werd om creationistische opvattingen, van welke strekking ook, te onderwijzen in de lessen biologie van het openbare onderwijs. Pogingen van creationisten om de klok terug te schroeven mislukten. Ze liepen telkenmale stuk op de grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat. Daarom ontwikkelden ze de strategie om creationisme voor te stellen als een wetenschap; als een alternatieve, wetenschappelijke theorie. Een eerste poging hiertoe was tamelijk doorzichtig. Men had het niet langer over het creationisme, maar over wetenschappelijk creationisme (scientific creationism). Het was voor de bevoegde rechters evenwel zeer duidelijk dat de toevoeging van het woord ‘wetenschappelijk’ het creationisme nog niet wetenschappelijk maakte. De volgende, voorspelbare, stap was om het begrip ‘creationisme’ te laten vallen. Zo ontstond dan, in de jaren negentig, de Intelligent Ontwerp-beweging, waarvan de intellectuele architecten auteurs als Philip Johnson (Darwin on trial, 1993) en Michael Behe (Darwin’s black box, 1996) zijn.
Het merendeel van de Intelligent Ontwerp-aanhangers erkent het bestaan van evolutie op zich, maar ziet andere mechanismen dan darwinistische aan het werk. Dat is uiteraard niet a priori onwetenschappelijk; er is discussie onder evolutiebiologen over de ‘kracht’ van natuurlijke en seksuele selectie om adaptieve structuren te ontwikkelen. Maar Intelligent Ontwerp brengt per definitie naar voren dat sommige adaptaties zo complex en functioneel zijn dat we niet anders kunnen dan erkennen dat iets of iemand ze ‘van bovenaf’ ontwierp. Hierdoor zijn we uiteraard terug aanbeland bij de natuurtheologie, voor zover die ooit al volledig van het toneel verdwenen was.
De huidige natuurtheologen, die zichzelf Intelligent Ontwerp-aanhangers noemen, geven niet meer dezelfde voorbeelden als Nieuwentyt en Paley, zoals het oog of kniegewricht, maar zoeken het in de wereld van de microbiologie en biochemie. Michael Behe verwijst bijvoorbeeld naar het zweepstaartje van sommige bacteriën, en naar de wijze waarop bloedstolling functioneert. Dat voor alle voorbeelden die hij geeft uitstekende darwinistische verklaringen bestaan – wat ook tijdens het proces in Dover zonneklaar werd aangetoond – glijdt van hem af zoals water van een eend. Er zijn, aldus Behe, structuren in de natuur die “onherleidbaar complex” zijn, dat wil zeggen, die men niet verklaren kan door darwinistische selectie. Het is evident dat Behe van mening is dat men daarom moet accepteren dat iets of iemand ze ontwierp, net zoals zijn illustere natuurtheologische voorgangers beweerden over zowel het horloge als het oog.
Wie ze een beetje aanport, krijgt van de Intelligent Ontwerp-aanhangers te horen dat de Ontwerper in principe een superieur intelligent buitenaards wezen kan zijn. Maar iedereen beseft de hypocrisie hiervan. Wat men echt gelooft is niet dat de Intelligente Ontwerper een marsmannetje is met een IQ dat ons bevattingsvermogen overtreft, maar dat hij samenvalt met de christelijke, in het bijzonder protestantse god. Alleen kunnen ze dit niet luidop zeggen, net om te vermijden dat men Intelligent Ontwerp, zoals de uitgesproken creationistische voorgangers ervan, als religieus in plaats van wetenschappelijk zou bestempelen. Het heeft evenwel niet mogen baten: rechter Jones maakte er in Dover korte metten mee, en noemde Intelligent Ontwerp zelfs “adembenemend stompzinnig”.

België & Nederland

Ondanks een totaal gebrek aan wetenschappelijke geloofwaardigheid, is Intelligent Ontwerp er toch in geslaagd om vele aanhangers te winnen. In België, zo blijkt uit onderzoek, is 21% van de ondervraagden het niet eens met de stelling dat “mensen ontwikkeld zijn uit vroeger bestaande diersoorten”. Vijf procent van de ondervraagden weet het niet zo goed, alle anderen accepteren de stelling. Dat betekent dat toch ongeveer één vierde van de ondervraagden moeite heeft met een stelling die men wetenschappelijk als even geldig beschouwt als bijvoorbeeld de uitspraak “de aarde is min of meer rond en draait rond de zon”. Hoeveel van deze mensen sceptisch zijn over evolutietheorie omwille van een geloof in Intelligent Ontwerp is onduidelijk. Ik vermoed dat relatief weinigen weten wat Intelligent Ontwerp precies betekent, maar dat men zich anti-darwinistisch opstelt omwille van uiteenlopende factoren, waarvan evenwel meerdere ook een rol spelen bij het maatschappelijke succes van Intelligent Ontwerp.
In Nederland liggen de cijfers nog wat hoger; daar verwerpt een flinke dertig procent de basisaspecten van evolutietheorie. Wellicht steunen de anti-darwinisten zich bij onze Noorderburen iets meer op Intelligent Ontwerp dan Belgische (neo-)creationisten. In 2005 liet zelfs de toenmalige minister van onderwijs en wetenschappen, Maria van der Hoeven van het CDA, zich positief uit over Intelligent Ontwerp. Ze raakte overtuigd van de waarde van Intelligent Ontwerp na een gesprek met de nanowetenschapper Cees Dekker, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft. Dekker is ondertussen meerdere malen in de media als aanhanger van Intelligent Ontwerp opgevoerd. Hij verzorgde bovendien ook de redactie, samen met enkele andere Nederlandse academici, van een aantal boeken waarin overwegend artikelen pro creationisme en Intelligent Ontwerp zijn opgenomen (o.a. En God beschikte een worm, Ten have, 2006). Momenteel heeft Nederland met André Rouvoet (ChristenUnie) zelfs een vice-premier die op zijn zachtst gezegd sympathie heeft voor het creationisme. Het is niet verwonderlijk dat de Nederlandse politieke en academische aanhangers van Intelligent Ontwerp uitgesproken christelijk en van gereformeerde strekking zijn. Vanzelfsprekend maakt het op velen indruk dat ook belangrijke politici en in hun vakgebied gerespecteerde wetenschappers in Intelligent Ontwerp geloven. Dat maakt Intelligent Ontwerp evenwel geen greintje wetenschappelijker. Ook bij Cees Dekker en zijn Nederlandse geloofsgenoten, net zoals bij Michael Behe en andere natuurtheologen, stellen we vast dat ze darwinistische mechanismen gelijkschakelen aan ‘het toeval’. Het luidt dan dat het onmogelijk is dat door ‘louter toeval’ complexe, functionele structuren in de natuur ontstaan zijn. Dat is evident waar, net zoals Nieuwentyts horloge niet kan ontstaan door met de doos te schudden waarin de onderdelen van het horloge zich bevinden. Maar Darwin, en a fortiori de moderne evolutietheorie, zegt helemaal niet dat functionele complexiteit door ‘toeval’ ontstaat. Integendeel, adaptaties ontstaan door natuurlijke en seksuele selectie, en dat is het tegendeel van ‘toeval’. Het is, om rechter Jones te parafraseren, adembenemend verbijsterend dat mensen als Michael Behe of Cees Dekker dat niet inzien.
Wat de toekomst is van Intelligent Ontwerp is moeilijk in te schatten. De kans dat men er wetenschappelijke bewijzen zal voor vinden is kleiner dan de doorsnee homeopatische verdunning. Ook kunnen we verwachten dat, zeker na de juridische nederlaag in Dover, de geloofsovertuiging andermaal een naamsverandering zal ondergaan. Relatief nieuw en erg belangwekkend is ook de ontwikkeling van een uitgesproken islamitisch creationisme in de lage landen. Een deel hiervan sluit aan bij de opvattingen van het traditionele christelijke creationisme, zie bijvoorbeeld de boeken en pamfletten van Harun Yahya, waarvan er meerdere geschreven zijn voor kinderen. Een ander deel haalt zijn mosterd bij het Amerikaanse Intelligent Design. Vaak kan je ook een vreemde mengeling van opvattingen aantreffen, zo bijvoorbeeld in de luxueus uitgegeven, maar in Europa gratis verspreide ‘Atlas of creation’ van Harun Yahya.
Zowel het christelijk als het islamitisch creationisme is het uiteindelijk niet te doen om de wetenschap vooruit te helpen. Ook al zou men er oprecht van overtuigd zijn dat men de moderne evolutietheorie wetenschappelijk moet verbeteren, dan nog is de drijfveer van de Intelligent Ontwerp beweging eerder filosofisch, en in het bijzonder moreel, politiek en religieus geïnspireerd. Men is er van overtuigd dat ‘Darwins gevaarlijke idee’ de grondslagen van het geloof, en bijgevolg van de beschaving, van menselijkheid en moraliteit aantast. Als Darwin gelijk heeft, zo redeneren zowel christelijke als islamitische creationisten, dan is het leven zin- en betekenisloos. Dan is het lijden en de dood niet meer te rechtvaardigen, dan is er niks dat ultiem nog waarde heeft, dan zijn we allen de facto nihilist. Dat talloze mensen die moderne wetenschap accepteren, uiteraard met inbegrip van de evolutietheorie, dag in dag uit het tegendeel aantonen van deze bizarre argumentatie doet blijkbaar niet ter zake. Intelligent Ontwerp is niet enkel wetenschappelijk onhoudbaar, het is ook filosofisch een uitzonderlijk zwak beargumenteerde opvatting. Darwin ontkrachtte de kern ervan reeds in 1859 in zijn On the Origin of Species, maar filosofen zoals Spinoza, David Hume en Immanuel Kant toonden reeds eerder de wijsgerige oppervlakkigheid ervan aan.


Zie ook