UGent

Wat hebben creationisten te zeggen over Lucy s kniegewricht?

Auteur: Jim Lippard

Deze tekst is vertaald uit het Engels met toestemming van de auteur. De oorspronkelijke tekst bevindt zich op http://www.talkorigins.org/faqs/knee-joint.html. Een vroegere versie van deze FAQ werd gepubliceerd als “Lucy’s Kniegewricht: Hoe creationisten met hun fouten omgaan”, in The Skeptic (magazine van Australische Skeptici) vol. 15, nr. 4, Zomer 1995, pp. 34-36, met bijkomende opmerkingen van Colin P. Groves. (Australian Skeptics, Inc., P.O. Box A2324, Sydney South NSW 2000 Australia)

Creationisten beweren dat Donald Johanson het kniegewricht van Lucy, vond, een voor 40% volledig geraamte van een vrouwtje van de soort Australopithecus afarensis, op een plaats zestig tot zeventig meter lager in de strata en twee tot drie kilometer verder (Willis 1987). Soms gingen ze zelfs verder met de bewering dat [Johanson] enkel na bevraging toegaf dat de knie meer dan een mijl verder van Lucy werd gevonden. Voor zover we weten is deze toegeving nooit gedrukt verschenen! (Willis 1987; nadruk in origineel; zie ook Brown 1989a, p. 44) De stelling wordt door creationisten gebruikt om aan te tonen dat (a) evolutionistsen niet eerlijk zijn en (b) Lucy niet rechtop stapte. Het toont geen van beiden aan, omdat het foutief is. (Zelfs indien het waar zou zijn, zou het (b) niet aantonen, voor redenen uiteengezet in Lippard (1989-90)—het kniegewricht is niet het enige bewijs van bipedalisme in A. afarensis.)

De bewering is niet enkel foutief, het wordt tevens duidelijk aangetoond dat zij fout is in Johanson's gepubliceerde teksten over Lucy (vb., Johanson and Edey 1981, hfdst. 7-8) en mens heeft hen die die foutieve bewering geleven er herhaaldelijk op gewezen dat zij fout is. Desondanks hebben geen van de meest belangrijke aanhangers van de bewering dit publiekelijk terug ingetrokken. Een prominente aanhanger is privaat akkoord gegaan dat het fout is, en enkele creationisten hebben ermee ingestemd het niet meer te herhalen. Eén minder gekende aanhanger nam publiekelijk zijn woorden terug.

De bewering ontstond bij Tom Willis, hoofd van de Creation Science Association for Mid-America, in een artikel dat hij schreef voor de Bible-Science Newsletter (1987). In zijn artikel bracht Willis verslag uit van een lezing door Johanson aan de Universiteit van Missouri op 20 November 1986. Willis verkondigt dat volgende woordenwisseling plaatsvond tijdens een vraag-en-antwoord sessie die volgde op Johanson’s voordracht:

Deze vraag werd door de steller ervan misschien bedoeld als “hoe ver verwijderd van Lucy vond u Lucy’s knie?”, maar werd door Johanson duidelijk geïnterpreteerd als “Hoe ver verwijderd van Lucy vond u het kniegewricht in 1973?” Willis erkent de verwarring niet in zijn artikel, ofschoon de ontdekking zowel van het oorspronkelijke kniegewricht (1973) als van Lucy (1974) in detail beschreven werden –inclusief hun vindplaats- in Donald C. Johanson and Maitland E. Edey, Lucy: The Beginnings of Humankind(1981) en in de artikels van de April 1982 uitgave van American Journal of Physical Anthropology. Het creationistische misverstand zou nooit hebben plaatsgevonden indien één van beide bronnen geraadpleegd werd. Johanson’s publicaties waren steeds duidelijk over het feit dat zijn in 1973 ontdekte kniegewricht afzonderlijk van Lucy werd gevonden. Alle botten die werden getoond op foto’s van Lucy werden op éénzelfde plaats aangetroffen.

Het probleem werd bewerkstelligd doordat het Institute for Creation Research de naam Lucy gebruikte om zowel naar de soort Australopithecus afarensis te verwijzen als naar het individu Lucy, zoals Johna Rajca (directeur van het ICR Museum) deed op 18 juni 1994 in het radioprogramma Science, Scripture and Salvation van de IRS. Rajca zei:

In de herfst van 1973, nabij Hadar, vond Dr. Johanson het fossiel van wat we nu Lucy zijn gaan noemen. De reden waarom het Lucy heet, is dat het liedje van de Beatles Lucy in the Sky with Diamonds speelde in het kamp toen het fossiel werd ontdekt. Het eerste onderdeel van Lucy dat werd blootgelegd was het kniegewricht. Aanvankelijk oordeelde men dat het een aap was; later werd het door Johanson als hominide geïdentificeerd. Lucy is vrouwelijk skelet dat 40% volledig is…

Eenzelfde gebruik van Lucy als verwijzing naar de soort A. afarensis gebeurt in een diagram in de November 1985 uitgave van National Geographic (Weaver 1985, p. 593). Willis (n.d.) refereerde naar de misleidende ondertitels van de foto in dit artikel als het gedoe van de grootste evolutiefraude aller tijden, zogenaamd gepleegd door Donald Johanson met het personeel van National Geographic als gedupeerden of medeplichtigen. (De afgebeelde knie is noch van “Lucy” noch is het de knie uit 1973, maar het is een A. afarensis knie van AL 333w-56, de vindplaats van de zogenaamde "Eerste Familie".)

De bewering dat Lucy’s kniegewricht apart van de rest van het geraamte werd gevonden, werd gerapporteerd door Russell Arndts (1991), Carl Baugh (1995), Walter Brown (1989a), Donald Chittick (1994), Michael Girouard (1989), Kent Hovind (1993a), Scott Huse (1993), Richard LaHaye (1997), David McAllister (1993a), Bill Mehlert (1992), David Menton (1988), John Morris (1989), Dave and Mary Jo Nutting (1991, 1993, 1994), Dennis Petersen (2002, 2003), Douglas Sharp (1994), Paul Taylor (1989), en Tom Willis (1987).

Wat nu volgt geeft een kort overzicht van de pogingen om dit te laten in trekken:

 

 

Om samen te vatten: ten minste achttien creationisten hebben deze bedrieglijke bewering gemaakt. Drie hebben nooit en op geen enkele manier gereageerd op vragen erover (Girouard, Menton, Willis). Twee anderen hebben nooit gereageerd op de vragen voor verdere inlichtingen (Brown, McAllister). Slechts vijf toonden de bereidheid om de zaak te bespreken (Chittick, de Nuttings, Sharp, Taylor), maar eentje (Chittick) brak de briefwisseling af. Vier hebben ermee ingestemd dat de bewering fout was en hebben afgesproken deze niet meer te gebruiken (Hovind, McAllister, Sharp, Taylor), en twee waren akkoord om ermee te stoppen indien verder onderzoek aantoonde dat de bewering onwaar was (de Nuttings) maar bleven ze toch herhalen. Eén (Arndts) had zijn bereidwilligheid getoond om te geloven dat de bewering foutief is, maar vertoonde geen interesse in het verder te onderzoeken of een correctie aan te bieden omdat het artikel waarin hij de bewering postuleerde het slechts als voorbeeld gebruikte van een soort redeneringsfout. Eén (LaHaye) hield vol dat de bewering niet foutief was, maar stemde ermee in om te stoppen deze te gebruiken op verzoek van het Institute for Creation Research. Drie (Baugh, Huse, Mehlert) zijn nog niet gecontacteerd voor bespreken. Eén (Brown) ontkent nu dat hij dit ooit heeft beweerd. Slechts drie (Menton, Morris, Sharp) gaven publiekelijk correcties of opheldering.

bibliografie

 


Vertaler: Karen Coppens
Zie ook