UGent

Het morele instinct

over de natuurlijke oorsprong van onze moraal

Waarom is de ene mens goed en de andere slecht? Dit boek is een lang antwoord op die vraag. Het verklaart ‘moreel’ en ‘immoreel’ gedrag als uitdrukkingsvormen van vijf morele systemen. Vier ervan berusten op intuïties of emoties (de hechtingsmoraal, de geweldmoraal, de reinigingsmoraal, de samenwerkingsmoraal) en slechts één is rationeel (de beginselenmoraal). Al die moralen verplichten mensen om dingen te doen of te laten, maar op diverse gronden en verschillende manieren. Gemeenschappelijk aan alle moraal is dat die onze individuele vrijheid begrenst.
Verplaetse vertelt wat we weten over de oorsprong en de ontwikkeling van de moraal als een gevolg van biologische, automatische en emotionele processen. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren overtuigend bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. Zo heeft de ontdekking van spiegelneuronen duidelijk gemaakt dat empathie – volgens Schopenhauer de basis van alle moraal – een neurobiologisch gegeven is.
Dit boek gaat niet over de geest van de ethiek, maar over het vlees van de moraal. Het biedt een antwoord op wat de mens, waar ook ter wereld en tot welke cultuur hij ook behoort, bezit aan vermogens om met het conflict tussen eigenbelang en hoger belang af te rekenen. Het verschuift de focus van culturele diversiteit naar biologische gegevenheden.
Het woord vooraf kun u hier downloaden


Auteur: Jan Verplaetse
Over de auteur: 

Prof. Dr. Jan Verplaetse is filosoof en verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent.


Eerst verschenen: 2008
Uitgegeven door: Nieuwezijds
Bespreking: 

tussen goed en kwaad
HET MORELE ZOOGDIER
 
Is de moraal het laagje vernis op het dier in ons? Legt de beschaving de moraal als een fineer op onze dierlijke grondlaag? En wordt die laag dan aangebracht door onze cultuur, lees: opvoeding en religie? De werkelijkheid is boeiender en ingewikkelder. De moraliteit draait om de vraag wat goed is en wat kwaad. Volgens Jan Verplaetse, moraalfilosoof aan de universiteit van Gent, hebben we niet één moraal en ook geen dubbele moraal. In Het morele instinct beschrijft hij onze moraal als een soort gereedschapskist waarin wel vijf verschillende vormen van moraal zitten, die we inzetten afhankelijk van de omstandigheden. Zo kan hij moreel en immoreel gedrag analyseren als het samenspel van vijf instinctmatige morele systemen. Vier ervan berusten op intuïties of emoties (de hechtingsmoraal, de geweldmoraal, de reinigingsmoraal, de samenwerkingsmoraal) en één is rationeel (de beginselenmoraal).
Om slechts één voorbeeld te geven. Als we terugdenken aan een daad waar we niet erg trots op zijn, dan voelen we het nog knagen. Psychologen ontdekten dat proefpersonen zich na een beschamende herinnering vaak onrein voelden: als geschenk voor hun deelname aan het experiment kozen ze vaker een fles shampoo dan een doos bonbons. Morele walging is de emotie die deze reinigingsmoraal regeert. Met dit soort experimenten en waarnemingen staat het boek vol. En het eindigt steevast in de scanner waar de hersenbanen oplichten die bij dit soort reacties actief zijn.
De verschillende moralen zetten mensen ertoe aan om dingen te doen of te laten, op diverse gronden en op verschillende manieren. Gemeenschappelijk aan alle moraal is dat die onze individuele vrijheid inperkt ten voordele van het hogere belang van de groep. Dat is een biologische gevolg van het feit dat we een sociale diersoort zijn waarin elk dier toch een eigen individu is. Die sterke individualiteit hebben we te danken aan de verbluffende hersenen die we hebben. Geen wonder dus dat veel van wat over de menselijke moraal te zeggen valt te maken heeft met de manier waarop we met ons door emoties, gevoelens en gedachten gestuurde lichaam interageren met anderen en onze omgeving. Dankzij veel en recent onderzoek in de biologie, de sociologie, de psychologie en de neurowetenschappen valt al heel wat te zeggen over de oorsprong en de ontwikkeling van moraal - en hoe die veelal berust op biologische, automatische en emotionele processen. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren overtuigend bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. De spiegelneuronen laten zie hoe empathie een neurobiologisch verankerd proces is. Net als verliefdheid, altruïsme of het gedrag van een psychopaat.
Dit boek gaat niet over de geest van de ethiek, maar over het vlees van de moraal. Onze moraliteit is een natuurlijk, biologisch gegeven. De criteria waarmee je goed en kwaad van elkaar kan onderscheiden kan je daar echter niet uit afleiden. Dat is de taak van de ethiek: een theoretische, rationele reflectie over ons gedrag en een kritische evaluatie van het gedrag en de opvattingen daarover. Moraliteit kunnen we wetenschappelijk bestuderen, ethiek is een belangrijke filosofische discipline. Die zich waar nodig kan en moet bedienen van wetenschappelijke inzichten en harde cijfers, zoals die in dit boek omvattend beschreven worden. Dat is een complex gegeven en Verplaetse doet die complexiteit alle recht aan op een grondige en nauwgezette manier zonder in academische dorheid te vervallen.
Hij laat zien welke vermogens de mens bezit , waar ook ter wereld en in welke cultuur ook, waarmee conflicten tussen eigenbelang en groepsbelang kunnen gehanteerd worden. Hij illustreert nuchter maar innemend zowel de gruwelen als de schoonheid waartoe mensen daarbij in staat zijn. In dat perspectief pleit Verplaetse voor een ethiek die niet alleen rekening houdt met morele beginselen, van goddelijke geboden en andere abstracte entiteiten. Een ethiek die geen rekening houdt met de emoties die ons gedrag drijven, zal nooit begrijpen hoe het komt dat de mens zich moreel gedraagt.


Bespreking door: Geerdt Magiels