UGent

Nieuws

Paardengenoom in kaart gebracht

Wade et al. - Science 6 November 2009: Vol. 326. no. 5954, pp. 865 - 867

Na het volledige genoom van de mens en een aantal primaten (waaronder chimpansee), was het de beurt aan het paardengenoom. Bij een volledige sequencering van een genoom komen altijd verrassingen te voorschijn, ook hier. Zo blijkt dat het paardengenoom meer lijkt op dat van een mens dan het koeiengenoom. Bij het paard zitten ongeveer 53 % van de genen op dezelfde chromosomen als bij de mens. Opmerkelijk is ook dat het paard blijkbaar diverse malen werd gedomesticeerd: niet alle gedomesticeerde paarden stammen af van hetzelfde ancestrale paard.

paardengenoom

Paarden hebben een aantal genetische aandoeningen die gelijkaardig zijn bij de mens. Men hoopt dat een betere kennis van het paardengenoom zal leiden tot een betere behandeling en meer kennis van die menselijke ziekten.

Vachtpatronen in hondenrassen door slechts drie genen gereguleerd

Cadieu et al. - Science, 2 oktober 2009, vol. 326, DOI: 10.1126/science.1177808

Honden hebben een grote verscheidenheid aan vachtstructuren (kort, lang, krullend, golvend, ruw, glad...). Totnogtoe was weinig bekend over de genetische basis van die variatie, omdat het meeste genetische onderzoek zich toespitste op vachtkleur. Een recent artikel in Science toont aan dat slechts drie genen, namelijk RSPO2, FGF5, en KRT71, verantwoordelijk zijn voor de overgrote meerderheid aan vachtstructuren. De auteurs keken zowel naar variatie tussen volbloed hondenrassen als variatie daarbinnen. In vele rasen, zoals bijvoorbeeld bij de collie zijn er verschillende haarstructuren mogelijk. Honden werden 20 000 jaar geleden gedomesticeerd door jagers-verzamelaars en zijn daarmee de oudste gedomesticeerde soort. Genetisch zijn ze nauwelijks te onderscheiden van hun voorouders, de wolven. Deze studie, samen met eerder werk over vachtkleur en lichaamsgrootte, toont aan dat mensen een groot aantal rassen konden kweken doordat fenotypische verschillen vaak kunnen worden teruggebracht tot slechts enkele genen. Het weerhouden van mutaties in die genen brengt snel nieuwe variaties voort.

ppts van de zomerschool 'Evolutietheorie: verworvenheden en uitdagingen' beschikbaar

sprekers van de zomerschool

Hieronder kunt u voorlopig al enkele pdfs vinden van de powerpoint presentaties van de zomercursus 'Evolutietheorie verworvenheden en uitdagingen' die plaatshad in het KBIN 19 en 20 augustus 2009.

  • Pieter Adriaens (KULeuven), Gay science: over evolutiepsychologie en homoseksualiteit pdf versie
  • Thierry Backeljau (KBIN Brussel & Universiteit Antwerpen) Het belang van evolutionaire inzichten en technieken in de medische wereld pdf versie
  • Raymond Corbey (Universiteit van Tilburg & Universiteit van Leiden), Uitwisseling en reciprociteit in de etnologie: Hobbes, Mauss en Darwin pdf versie
  • Andreas De Block (Katholieke Universiteit Leuven), Hoe universeel is het universeel darwinisme? pdf versie
  • Farah Focquaert (Universiteit Gent), Evolutie, empathie en het menselijke brein pdf versie
  • Thomas Pollet (Rijksuniversiteit Groningen),Homo communalis? Een evolutionair perspectief op de mens als sociaal dier pdf versie
  • Katinka Quintelier (Universiteit Gent), Darwins dilemma. De impact van de evolutietheorie op ethiek pdf versie
  • Tom Truyts (KULeuven), Culturele evolutie en identiteit pdf versie
  • Tom Wenseleers (KULeuven) Culturele evolutie als darwinistisch proces of hoe methoden uit de biologie kunnen aangewend worden binnen de cultuurwetenschappen pdf versie

Ardipithecus, een vroege hominide, eindelijk beschreven

Tim White et al. (Science vol 326) - Science, 2 oktober 2009, vol. 326

Maar liefst 11 artikelen in het tijdschrift Science beschrijven de soort Ardipithecus ramidus, een hominide (mensachtige prehistorische) soort. Hij leefde ongeveer 4.4 miljoen jaar geleden in Noordoost Ethiopië. Het eerste specimen van Ardipithecus werd reeds beschreven in 1994, maar dit fossiel bestond enkel uit tanden en kaakfragmenten. Ondertussen zijn er al 110 specimens gevonden, waardoor de anatomie van deze soort zeer goed kan worden gereconstrueerd.

Ardi

Uit de context (pollen, fossielen van gewervelde en ongewervelde dieren) kon de omgeving van deze soort worden gereconstrueerd. Ardipithecus, die als bijnaam Ardi heeft gekregen, leefde in een bosachtige omgeving, en bewoog zich zowel in de bomen als op de grond. Hij was bipedaal, maar nog meer aan het leven in de bomen aangepast dan andere, latere hominiden, zoals de australopithecinen. Hij liep niet op knokkels zoals hedendaagse mensapen (gorilla, chimpansee en bonobo), noch slingerde hij (zoals de orang oetan en gibbon). Omdat er een vrij goed bewaard vrouwelijk skelet is gevonden, kan men afleiden dat de vrouwelijke Ardipithecus ramidus 120 cm groot was, en 50 kg woog - men heeft niet voldoende gegevens om af te leiden hoe lang en zwaar de mannetjes waren. Het dieet verschilde aanzienlijk van dat van hedendaagse chimpansees: terwijl chimpansees gespecialiseerd zijn in het eten van rijp fruit, was Ardi eerder omnivoor. De tanden van Ardipithecus zijn kleiner dan die van huidige mensapen, maar de herseninhoud is vergelijkbaar met die van chimpansees. Hoewel de verwantschap met de huidige mens nog onzeker is, begint de paleoantropologische gemeenschap Ardipithecus te erkennen als één van de voorouderlijke soorten waaruit de mens is geëvolueerd.
Om de volledige artikelen te downloaden, is een abonnement op Science vereist. U kunt wel gratis een videoreportage, met beeldmateriaal van de specimens bekijken: http://www.sciencemag.org/cgi/content/full/326/5949/60-b

Gevederde dinosaurus gevonden

Hu et al. - Nature, oktober 2009, vol 461, soi:10.1038/nature08322

Het is nu algemeen geweten dat vogels dinosauriërs zijn. Er zijn diverse overgangsfossielen, waarvan Archaeopterix de meest bekende is. Wat minder duidelijk is, is hoe de overgang van terrestriale, ongevederde naar vliegende, gevederde dinosauriërs verliep. In een recent artikel in Nature (vol 461) beschrijven Hu en collega's een uitstekend bewaard fossiel van Anchiornis huxleyi. Dit Chinese fossiel is een theropode dinosaurus met veren (i.e, klein, bipedaal en carnivoor). De bewaring van de veren is uniek. Met zijn 155 miljoen jaar oud is Anchiornis significant ouder dan de andere gevederde theropoden, en ook ouder dan Archaeopterix. Dit biedt een oplossing voor de zogenaamde 'temporele paradox': vóór deze vondst waren de enige fossiele theropoden met veren immers jonger dan Archaeopterix, waardoor het niet duidelijk was hoe deze kon evolueren uit dinosauriërs die niet konden vliegen maar wel veren hadden.

Anchiornis

De vondst van een vroege, gevederde en niet-vliegende therapode (zie figuur) lost deze temporele paradox op, aangezien Anchiornis oud genoeg is om een mogelijke voorouder te kunnen zijn van Archaeopterix. Een ander gevolg van deze vondst is dat theorieën over de evolutie van vlucht moeten worden bijgesteld. Het fossiel vertoont lange veren (een soort proto-slagpennen) op de poten. Hoewel Anchiornis niet kon vliegen (vermoedelijk enkel korte zweefmomenten), duidt dit misschien op een stadium waarin vogels 4 vleugels in plaats van 2 hadden (pennen op voorpoten en achterpoten).

LEZING PROF. MILLER DEZE DINSDAG AFGELAST WEGENS ZIEKTE


Door ziekte kan prof. dr. Miller helaas zijn lezing niet geven. De lezing zal verder dit jaar opnieuw worden geprogrammeerd.

Natuurlijke selectie in actie

Catherine R. Linnen, Evan P. Kingsley, Jeffrey D. Jensen, Hopi E. Hoekstra - Science, 28 augustus 2009, vol. 325, DOI 10.1126/science.1175826

Een recent spectaculair voorbeeld van natuurlijke selectie is een verandering in de vachtkleur van de witvoetmuis (Peromyscus maniculatus). Deze diertjes leven in de Sand Hills, een duinenveld in Nebraska. Deze duinen hebben een lichtere kleur dan de omliggende bodem. Catherine Linnen en haar collega's berichten in een recent artikel in het vakblad Science dat de vacht van witvoetmuizen in de Sand Hills bleker is dan die van leden van dezelfde soort in de omliggende gebieden (zie figuur). De blekere kleur werd veroorzaakt door één enkele mutatie op een gen dat agouti heet.

witvoetmuizen
Vermoedelijk werd deze mutatie bevoordeeld door natuurlijke selectie omdat witvoetmuizen worden bejaagd door roofvogels, die vooral op hun gezichtsvermogen afgaan om prooien te vangen. Een blekere muis heeft een duidelijk selectief voordeel wanneer de omgeving ook lichter gekleurd is. De Sand Hills ontstonden ongeveer 10000-8000 jaar geleden met de afzetting van bleek kwartszand met het terugtrekken van de gletsjers op het einde van de laatste Ijstijd. De mutatie ontstond in de periode na het ontstaan van de Sand Hills.

Iedereen is een mutant

Yali Xue, Qiuju Wang, Quan Long, Bee Ling Ng, en anderen - Current Biology 19, 1–5, September 15, 2009 DOI 10.1016/j.cub.2009.07.032

Natuurlijke selectie werkt met mutaties, foutjes die optreden in het kopieerproces van ons genetisch materiaal. Een interessante vraag daarbij is hoeveel mutaties er optreden, bijvoorbeeld bij de mens. JBS Haldane probeerde reeds een schatting hiervan te maken op basis van het hemofilie gen, en kwam uit op 2 x 10 tot de -5de mutaties per gen per generatie, ofwel 2 x 10 to de -8ste mutaties per nucleotide per generatie, ongeveer 100-200 mutaties per persoon. Aan de hand van nieuwe sequentiemethodes slaagden Xue en collega's (Current Biology, 15 september 2009) erin om een meer nauwkeurige schatting te maken. Ze keken daarvoor naar het y-chromosoom van twee Chinese mannen die een gemeenschappelijke voorouder hadden die geboren was rond 1805, en 13 generaties van elkaar verwijderd waren.

genen
Hun y-chromosoom was gelijkaardig - het was overgeërfd van dezelfde voorouder. De enige verschillen tussen die y-chromosomen zijn dus te wijten aan mutaties die zich hebben opgestapeld in de periode sinds hun gemeenschappelijke voorouder. Xue en collega's vonden dat er ongeveer 3.0 x 10 tot de -8ste mutaties per nucleotide per generatie voorkwamen, wat heel dicht ligt bij Haldanes oorspronkelijke schatting van 100 à 200 nieuwe mutaties per individu. In die zin zijn we allemaal mutanten: elke mens heeft minstens 100 nieuwe mutaties in zijn DNA die hij of zij niet geërfd heeft van zijn of haar ouders.

Reactie op de folder Evolutie of schepping, wat geloof jij?

Coen Brummer & Esther Wit - http://www.coenbrummer.nl

Een weerlegging van de creationistenfolder: ‘Evolutie of Schepping. Wat geloof jij?’

Op 23 februari vinden mensen uit ruim zes miljoen huishoudens de folder ‘Evolutie of Schepping. Wat geloof jij?’ ongevraagd in hun brievenbus. Over de folder wordt vooral lacherig gedaan. Creationisten zijn niet serieus te nemen. Maar wat staat er eigenlijk in die folder? En waarom vinden wij het onjuiste informatie? Wij menen dat onjuiste informatie niet meteen in de prullenbak moet worden gegooid, maar moet worden weerlegd. Dat is immers waar wetenschap om draait: het serieus nemen van elkaars argumenten en de behoefte aan waarheidsvinding. Dat creationisten deze methode zelf niet toepassen, betekent niet dat wij het niet meer moeten doen. Kortom, een serieus antwoord.

1. Onze gedachten bepalen wat we zien.
De folder begint met de constatering dat we de natuur zien op basis van wat we willen en verwachten. Daarmee wordt beweerd dat we nooit objectief kunnen zijn, en wordt voorondersteld dat de evolutietheorie ook zomaar een subjectieve theorie is. We zijn nu direct bij een de kern aangekomen. De wetenschappelijke methode is juist ontwikkeld om ervoor te zorgen dat we niet zien wat we willen zien, maar zo objectief mogelijk proberen te kijken. Daarom wordt niet gezocht naar de bevestiging van wat we al dachten, maar naar tegenargumenten: het principe van falsificeren (de wetenschapsfilosoof Karl Popper ontwikkelde dit idee).

Als een theorie niet open staat voor tegenargumenten, is het geen goede wetenschappelijke theorie. Individuele wetenschappers willen natuurlijk graag dat hun hypothese wel klopt. Wetenschap is dan ook een gemeenschappelijke onderneming. Een theorie, waaronder de evolutietheorie, wordt pas geaccepteerd na een lang proces van publicaties, onderzoek, kritiek, weerlegging, debat en aanpassing. Dus pas nadat talloze wetenschappers hebben meegekeken en meegedacht en men tot gezamenlijke conclusies komt. Deze conclusies zijn altijd voorlopig, ze kunnen altijd verbeterd worden. Wetenschap is een proces (in het geval van de evolutietheorie een proces van 150 jaar), met het meest objectieve resultaat mogelijk. Natuurlijk bepalen onze gedachten en vooroordelen deels wat we zien. Om dit te voorkomen, hebben we de wetenschappelijke methode uitgevonden. Overigens, Darwin keek niet met een ‘evolutiebril’, de evolutietheorie bestond immers nog niet.

2. Wie is God?
Hier wordt aangegeven dat we God als kunstenaar moeten zien, en de mens als beeld. Het beeld (de mens) kan God nooit begrijpen. Vervolgens wordt de vraag gesteld (onder de rubriek ‘Om over na te denken’) waarin de mens van de aap verschilt. Dit is een wat verwarrende tekst. Wat wil men eigenlijk zeggen? In ieder geval dat we als mens God nooit kunnen begrijpen. Dat zou kunnen. Het is onduidelijk wat dit met de evolutietheorie te maken heeft.

3. Soorten wetenschap
Er worden twee soorten wetenschap genoemd: de technische en de historische. De technische wetenschap zou betrouwbaar zijn, men ‘maakt’ immers iets en dit maken is herhaalbaar. Historische wetenschappen zijn onbetrouwbaar. We waren er immers niet bij. Vervolgens wordt de vraag gesteld: wat is de evolutietheorie, een technische of een historische wetenschap? Het probleem van deze vraagstelling is dat het lijkt alsof er maar twee wetenschappen bestaan. Dat is onzin. De evolutietheorie bijvoorbeeld, is primair een biologische theorie, geen historische. Evolutie is een proces, dat ook nu nog plaatsvindt en dus nu kan worden onderzocht. De geologie levert veel bruikbaar materiaal op, en het onderzoek naar genen (daar had Darwin nog geen weet). Daarnaast is het natuurlijk niet waar dat gebeurtenissen uit het verleden niet te bewijzen zijn. Het is eenvoudig om vast te stellen dat Nederland op 5 mei 1945 bevrijd werd, of dat in 1789 de Franse Revolutie uitbrak.

4. Wat gaat vanzelf?
Hier wordt aangegeven dat niets ‘vanzelf’ gaat. Als je kamer een rommel is, moet je je best doen om hem op te ruimen. Er is met andere woorden een persoon nodig, jijzelf.
Vervolgens wordt aangegeven dat volgens de evolutietheorie eencellige organismen vanzelf zouden zijn ontstaan, waaruit geleidelijk de mens is ontwikkeld. De vergelijking die getrokken wordt is: je kamer opruimen gaat niet vanzelf, de ontwikkeling van leven kan ook niet vanzelf gaan.
Ten eerste gaat de evolutietheorie niet over het ontstaan van leven. Hoe het leven is ontstaan weten we niet, daar wordt al lange tijd onderzoek naar gedaan en men leert steeds meer.
Vermoedelijk zijn er chemische reacties ontstaan in heetwaterbronnen, die de bouwstenen leverden voor eencellige organismen. Maar men weet het niet zeker, en kan dus (nog) geen antwoord geven. De keuze die we krijgen in de folder, of er gebeurt niets, of iemand doet het, is onvolledig. Er zijn talloze processen die gebeuren zonder dat iemand iets doet, natuurkundige processen bijvoorbeeld.
In de folder wordt gevraagd of je de evolutie van een eencellige tot mens normaal om je heen ziet. Nee, de evolutie van eencellige tot mens zie je niet normaal om je heen, daar is ons leven veel te kort voor. Het proces duurt te lang om normaal te zien. Allerlei mutaties en de aanpassing van soorten kunnen we overigens wel zien, bij organismen die kort leven en zich snel voortplanten. Zo zijn er bacteriën die alleen nylon voorgeschoteld krijgen. Ze muteren zo dat ze ervan kunnen leven. Een minder plezierig voorbeeld: onze antibiotica werkt niet altijd meer goed, bacteriën hebben zich aangepast. Evolutie in het hier en nu. In zekere zin gaat dit ‘vanzelf’ op basis van een aantal biologische processen die niemand in gang heeft gezet maar bij de natuur horen.

5. Een paar feiten
a. Fossielen. In dit deel wordt gesproken over fossielen. Er wordt gesteld dat er veel fossielen worden gevonden van dieren die er tegenwoordig nog precies hetzelfde uit zien. Volgens de folder zou dit niet stroken met de evolutietheorie omdat soorten zich in miljoenenjaren moeten ontwikkelen. Er wordt gesuggereerd dat ofwel een soort exact hetzelfde blijft
omdat God de soort zo geschapen heeft, ofwel het organisme veranderen moet omdat de evolutietheorie dit voorschrijft. Deze tegenstelling is een valse; bij het proces van evolutie
kunnen soorten die goed zijn aangepast aan hun omgeving best miljoenen jaren ongewijzigd blijven. Een goed voorbeeld hiervan is de haai.
b. Aardlagen. In dit hoofdstuk wordt gesteld dat de geologische kolom (de oudste aardlaag onderaan, de jongste bovenaan, met bijbehorende fossielen waar de evolutie van soorten te zien is) ook tot stand kan zijn gekomen door natuurrampen. Het bijgevoegde plaatje doet denken aan de zondvloed. Dit is simpelweg onjuist; nergens ter wereld zijn aanwijzingen te vinden voor een dergelijke gebeurtenis. Sterker nog, om al het land op de aarde te bedekken heb je vele malen meer water nodig dan er op de planeet Aarde voor handen is! Daarbij zijn er bijzonder veel soorten aardlagen, terwijl je bij een zondvloed of andere grote ramp zou verwachten dat er maar twee of drie zijn.
Ook is het zo dat de geologische kolom in alle delen van de wereld terug te vinden is. Kleine, plaatselijke natuurrampen kunnen daarom nooit oorzaak zijn. Het idee uit de folder dat
mensen bovenaan liggen in de geologische kolom, omdat ze konden vluchten toen zich een ramp voordeed, is erg vreemd. Vliegende reptielen van lang geleden liggen onderaan, terwijl ze toch makkelijk hadden kunnen wegvliegen. Buiten dat, ook de evolutie van planten is te zien in de verschillende aardlagen. En die kunnen niet vluchten.
c. Fossielen die door verschillende aardlagen heen steken. Hier wordt gezegd dat de evolutietheorie veronderstelt dat aardlagen gedurende miljoenen jaren gevormd zijn. Onzin.
De evolutietheorie veronderstelt helemaal niets over geologische bevindingen als aardlagen. Aardlagen met fossielen bieden materiaal dat opvallend goed aansluit bij het idee van
evolutie. Men maakt dus gebruik van geologie in plaats van iets te vooronderstellen. Aardlagen kunnen op vele manieren ontstaan. Een boom die door verschillende lagen heen
steekt (het voorbeeld uit de folder), doet niets af aan de evolutietheorie. Waarschijnlijk heeft hier een lokale ramp plaatsgevonden, een aardverschuiving, moddervloed of aardbeving bijvoorbeeld. Dit spreekt de evolutie niet tegen en ook de geologie niet.
d. Fouten in schoolboeken. Haeckels embryo-tekeningen kloppen niet. Een terecht punt. De plaatjes van de Haeckels embryo’s zijn overigens niet zozeer verzonnen, alswel sterk overdreven. Een fout dus, van Haeckel. Gelukkig hebben we de wetenschap, die onderzoeken het nogmaals en herkennen de fout. Nog belangrijker is het feit dat deze afbeeldingen dan ook al lang niet meer in schoolboeken te vinden zijn! Waarom zou de moderne wetenschap slechte tekeningen gebruiken als ze nauwkeurige afbeeldingen tot hun beschikking hebben? De stelling van de folder dat de overdrijving van Haeckel de
evolutietheorie onderuit haalt, is onjuist.
Toelichting embryo’s Haeckel: De studie van embryo’s en van ons volwassen lichaam levert ons wel degelijk informatie die de evolutietheorie ondersteunt. Zo hebben menselijke embryo’s een staart, die stamt af van onze voorouders die nog staarten hadden. Sporadisch worden nog baby’s met staarten geboren. Omdat we de staart niet meer nodig hebben, wordt de verdere groei ervan (bij de meesten) onderdrukt. Ook onze verstandskiezen waren vroeger handig, toen we moeilijk te verteren, onbewerkt voedsel aten. Nu zijn onze kaken er eigenlijk te klein voor en zijn ze niet meer nodig. Kippenvel was lang geleden toen we nog behoorlijk behaard waren enorm handig, er ontstond een warme luchtlaag. Nu heeft kippenvel geen belangrijke functie meer. We hebben allerlei zogenoemd ‘junk DNA’ in ons lichaam. DNA dat zich vroeger tot eigenschappen ontwikkelde (zoals flinke beharing en de aanleg van kieuwen) maar nu niet meer zinvol is. Uit al deze vreemde zaken in ons lichaam valt af te lezen dat we nog steeds evolueren. We zitten niet perfect in elkaar, zijn niet intelligent ontworpen maar het resultaat van een proces dat nog loopt. Onbruikbare en overtollige functies, vreemde groeisels en junk DNA verdwijnt vermoedelijk in de loop der eeuwen, maar als het ons functioneren niet belemmert kan het ook blijven zitten. We weten niet hoe het zal lopen. Alleen maar intelligent zit ons lichaam zeker niet in elkaar. De evolutie ontwerpt immers niet intelligent of doelmatig maar hangt van toevallighedewonderschoon, de resultaten.

Over geloof en wetenschap
U of jij hebt een keuze; geloven wat de evolutietheorie vertelt over de wordingsgeschiedenis van de mens of geloven wat in de bijbel staat, zo staat in de folder te lezen. Natuurlijk heeft iedereen de keuze wat hij of zij gelooft. Geloof is dan ook geen wetenschap, en wetenschap geen geloof. Wetenschap ‘geloof’ je niet. Het is een methode van gezamenlijke waarheidsvinding. Wetenschappelijke resultaten kunnen en moeten worden aangepast als de feiten en argumenten dat vragen. Dat is zo mooi aan de methode en daarom biedt de wetenschap het meest waarheidsgetrouwe beeld van de wereld, dat we hebben. De evolutietheorie is onderbouwd met een enorme hoeveelheid data, het scheppingsverhaal niet. Het scheppingsverhaal is dan ook geen wetenschap, het is een mythisch verhaal. Niemand kan gedwongen worden de evolutietheorie te accepteren, maar dat evolutie plaats vindt is simpelweg een waarneembaar feit. Het valt de makers van de creationismefolder kwalijk te nemen dat ze hun eigen geloof als waarheid willen verkondigen (hoe zit het eigenlijk met allerlei andere religies?), en niet in staat zijn te onderkennen dat het scheppingsverhaal een verhaal is, geen feit. Nog kwalijker is het gebrek aan respect voor de wetenschap.

De zin van het leven en evolutie
Waar kom ik vandaan? Waarom ben ik hier? Waar ga ik heen als ik sterf? Het geloof in de evolutietheorie kan deze vragen niet beantwoorden, zo stelt de folder. En gelijk hebben ze!
Onder het voorbehoud dat de evolutietheorie geen ‘geloof’ is en dat we over de ontwikkeling tot mens ook al aardig wat weten, dankzij Darwin. Over de zin van het leven zegt de evolutie niets, en al helemaal niet over de zin van jouw individuele leven. Dat is uiteraard geen bewijs voor het bestaan van God of de Schepping: de evolutietheorie gaat er eenvoudigweg niet over. De zin van het leven, dat zal iedereen
zelf uit moeten zoeken, en met elkaar. Er bestaan talloze verhalen over. Niet alleen de bijbel overigens.
De evolutietheorie kan mooie inzichten geven, dat we verbonden zijn met de natuur, dat we verbonden zijn met dieren, dat we de wereld door nieuwsgierigheid en open onderzoek beter kunnen leren kennen en dat deze kennis verbazingwekkend kan zijn en ons tot verwondering
aanzet. Veel humanisten verbinden wetenschappelijke kennis met een zinvol persoonlijk leven. Zo kan het ook!

Deze tekst werd geplaatst op www.evolutietheorie.be met toestemming van de auteurs, Coen Brummer, en Esther Wit
Zie ook: www.coenbrummer.nl
Zie ook: www.humanistischverbond.nl

Creationistenfolder 'Evolutie of Schepping: wat geloof jij?' nu ook in Vlaanderen

Stefaan Blancke - http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=LN2D424P

Naar aanleiding van het Darwin jaar (200ste verjaardag van Darwin, 150 jaar On the origin of species) vinden overal ter wereld festiviteiten, tentoonstellingen, lezingen en congressen plaats. Maar niet alleen de wetenschappelijke wereld herdenkt Darwin en de evolutietheorie. Ook creationisten doen dat op hun manier. In februari dit jaar kregen alle huishoudens in Nederland een folder (zie afbeelding) in de bus waarin het scheppingsverhaal als volwaardig alternatief voor de evolutietheorie werd gepresenteerd. Een dertigtal organisaties uit zowel België als Nederland ondersteunde de actie.

creationistische_flyer

Blijkbaar vonden zij het project een groot succes, want nu is ook Vlaanderen aan de beurt. Dat meldde De Standaard (28/07/2009). Volgens Bert Dorenbos, ex-EO-voorzitter, voorzitter van de anti-abortusbeweging Schreeuw om Leven en één van de organisatoren van de actie, kent het creationisme in Vlaanderen meer aanhangers dan men zou vermoeden: “Ik ken vele groepen in België die de evolutietheorie verwerpen, maar die zijn tot nog toe niet aan de oppervlakte gekomen. Wanneer ze onze brochure zien, durven ze zich misschien wel kenbaar te maken. Er is wel degelijk een groot potentieel. En precies dat willen we met die brochure aanboren. We willen het debat aanzwengelen.” Dat is in Nederland alvast gelukt. Ten gevolge van de actie verschenen nogal wat creationisten in de Nederlandse media, wat zij als een teken van succes beschouwden. In Nederland bestaat er trouwens al veel langer een behoorlijk draagvlak voor het creationisme. Of het hier in Vlaanderen zo een vaart zal lopen is alsnog de vraag. Ook Johan Braeckman (filosoof aan de Universiteit gent) twijfelt hieraan: “Ik denk niet dat deze brochure veel effect zal hebben. De initiatiefnemers overschatten de voedingsbodem voor het creationisme in ons land. Hier zijn maar een klein aantal groepen die daar open voor staan. (…) Ik denk dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen die brochure gewoon in de papierbak gooit.”